Columns

Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Thuis in d'Oude Stadt, aflevering 13
Gepubliceerd in de Binnenkrant, voorjaar 2021  

Misschien niet zo bekend, maar zeker niet onbekend is de 18e-eeuwse kunstschilder Jacob de Wit (1695-1754). De Wit is vooral bekend om zijn religieuze werk en de vele deur-, schoorsteen- en plafondstukken die hij maakte voor de huizen aan de Heren- en Keizersgracht te Amsterdam, maar ook voor de buitenplaatsen van de betreffende eigenaars.In het werk van Jacob de Wit zijn duidelijke invloeden van Rubens en Van Dijck te zien, maar ook van Gerard de Lairesse, zijn directe voorloper. Hij was bevriend met de verzamelaar Gerrit Braamcamp en Jacob Xavery was zijn leerling, en ook beschermheer.
De zwaar katholieke kunstenaar Jacob de Wit, geboren in de Jordaan, was samen met Cornelis Troost één van de meest productieve en best betaalde schilders in Nederland in de achttiende eeuw. Zijn clientèle bestond uit de rijke Amsterdamse burgerij. In een barokke stijl à la Rubens en Van Dijck schilderde hij honderden doeken, zo'n tachtig plafondstukken, schoorsteenstukken en maakte hij duizenden tekeningen. Jacob De Wit werd, naast de vele Rococo plafond-, deur- en schoorsteenstukken die hij vervaardigde in de huizen aan de Heren- en Keizersgracht, ook beroemd door zijn bedrieglijk echte beeldhouwwerken in olieverf in plaats van steen, zijn Grisailles, die in de volksmond Witjes zijn gaan heten.Een mooi voorbeeld van zijn stijl is te zien op Herengracht 468. Kunsthistorisch gezien  is dit één van de meest interessante dubbele huizen van de oude stad. 
Inwendig zijn er op de hoofdverdieping vier zalen met een hoogte van 4,70 meter. In drie van die stijlkamers zijn maar liefst 18 (!) beschilderingen uit 1745-1747, allemaal van de beroemde schilder Jacob de Wit (1695-1754). 
De vergaderzaal rechts achter is één van de laatste Lodewijk XIV-zalen van de stad. Er zijn drie deurstukken in kleur van Jacob de Wit. Heel uitzonderlijk zijn de tien zogenaamde penantstukken, als grisaille uitgevoerd met scènes uit de Metamorphosen van de Romeinse schrijver Ovidius. Grisailles heten ook wel witjes, trompe-l’oeils of grauwtjes. Deze beschilderingen – altijd in één kleur, maar wel in verschillende nuances – suggereren een niet bestaand reliëf. Jacob de Wit was de grote meester van de naar hem genoemde ‘witjes’.Het is onbegrijpelijk dat dit dubbele huis met maar liefst achttien beschilderingen zo onbekend is. 
Voor het publiek wordt het misschien op een Open Monumentendag opengesteld, maar de beschrijving plus foto’s van dit huis zijn te zien op de komende (foto)tentoonstelling  “Amsterdamse stijlkamers binnen de Singelgracht” in de Amstelkerk. Deze expositie in de Amstelkerk is geopend op werkdagen van maandag 13 juli t/m vrijdag 20 augustus van 9:00-17:00 uur. Adres: Amstelveld 10, ingang Reguliersgracht. De toegang is gratis.