Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Thuis in d'Oude Stadt, aflevering 6
Gepubliceerd in de Binnenkrant, voorjaar 2019

Eén van de minst bekende onderdelen van onze werelderfgoedstad zijn de tuinhuizen binnen de Singelgracht. Daarover is in de Amstelkerk aan het Amstelveld nog tot 17 juni 2019 een aardige tentoonstelling te zien. In woord en veel beeld passeren 48 tuinhuizen de revue, van historisch tot modern.
Veel literatuur of documentatie bestaat er niet over dit onderwerp. De belangrijkste reden om destijds een tuinhuis te bouwen was een louter esthetische. Vanuit de zaal op de eerste verdieping in het hoofdhuis hadden de bewoners en hun gasten een mooi zicht op de keurtuin. Het tuinhuis gold dan als een architectonische afsluiting van het kavel. Duitsers noemen het ‘Aussichtsarchitectur’, een bouwsel om het uitzicht te veraangenamen. De huisjes in het groen werden door de bewoners van een grachtenhuis eigenlijk zelden en meestal alleen bij goed weer, gebruikt om er te zitten.
In het algemeen beleefde het tuinhuis zijn grote bloeiperiode in de achttiende eeuw. Het groeide in die periode uit tot een architectonisch kleinood, meestal fraai versierd en verlevendigd door siervazen, grote beelden en een alliantiewapen of een familiewapen.
Wat niet iedereen weet is dat tuinhuizen het meest voorkomen achter de huizen van de Keizers- en Herengracht. Hier liggen vaak smalle, diepe tuinen van soms wel 40 meter diep, keurtuinen genaamd. De zogenaamde keur ofwel verordering is van 19 november 1615 en bepaalde dat er niet in mocht worden gebouwd. Destijds was de enige uitzondering hierop de mogelijkheid om een minihuisje aan te leggen, ter afsluiting van het kavel, een tuinhuis dus. Het zijn waarschijnlijk de meest onbekende en minst geziene monumenten van de oude stad. De Engelsen noemen ze ‘follies’ ofwel nutteloze bouwwerken. Onder deze ongeveer 300 stuks bevinden zich vooral historische exemplaren uit de achttiende en negentiende eeuw.
Wat betreft de keurtuinen zijn er in de diverse bestemmingsplannen tegenwoordig heel specifieke regels voor opgenomen. Uitgangspunt is het behouden en herstellen van de bijzondere cultuurhistorische waarde van de keurtuinen. Zo is het verboden in keurtuinen te bouwen, verhardingen aan te brengen, te parkeren, motorvoertuigen aan- en af te voeren, te laden en te lossen of er bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen. Het onderkelderen van de keurtuinen is ook niet toegestaan, evenals het gebruik van de tuinen voor opslag, voor het plaatsen van airco’s en als stort- of bergplaats. Het is namelijk niet de bedoeling om keurtuinen te gebruiken voor allerlei andere doeleinden. Het zijn vooral kijktuinen - tuinen met sierplanten om naar te kijken.
Een tuinhuis mag dus nog wel, maar het gebruik ervan in een keurtuin zelf is weer aan regels gebonden. Zo is het verboden om in een tuinhuis te wonen of het als kantoor, bedrijf, cq. atelier te gebruiken. Een vergunning voor de bouw van een nieuw tuinhuis kan alleen worden verkregen met een vrijstellingsbevoegdheid van Burgemeester en Wethouders.
Keurtuinen mogen dan wel door een keur of gemeentelijke verordening worden beschermd, van handhaving is lang niet altijd sprake. Een mooi voorbeeld is het monumentale tuinhuis uit ± 1730 van Herengracht 475. Door de vele parasols die, zeer waarschijnlijk illegaal, in de keurtuin zijn neergezet is het tuinhuis zelf nauwelijks nog te zien. De tuin wordt gebruikt als terras van het restaurant. Dat was dus niet de afspraak en als er niet wordt gecontroleerd, wordt er klaarblijkelijk een loopje mee genomen. Typisch Amsterdams, dat dan weer wel. Om dit soort situaties te voorkomen, moet er misschien eens worden gedacht aan een complete horecastop voor de oude stad?