Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Thuis in d'Oude Stadt, aflevering 3
Gepubliceerd in de Binnenkrant, zomer 2018

De Bloemgracht wordt wel eens de Herengracht van de Jordaan genoemd vanwege de verschillende deftige, grachtenpanden. Met zicht op de Westertoren is het bovendien net een plaatje. De gracht – tussen Prinsengracht en Lijnbaansgracht - is aangelegd in de eerste helft van de 17de eeuw tijdens één van de grote Amsterdamse stadsuitbreidingen, de zogenaamde Derde Uitleg. De naam Bloemgracht komt van de oorspronkelijke naam van het destijds nabijgelegen bolwerk De Blom. Het lijkt bijna ondenkbaar, maar in de jaren na de oorlog lag de gracht er uiterst vervallen en verwaarloosd bij. Dat gold helemaal voor de drieling op Bloemgracht 87, 89 en 91. Bekend onder de naam de Drie Hendrickjes, worden ze ook wel de pareltjes van de Jordaan genoemd. De drie eenvoudige 17de-eeuwse burgerhuizen zijn in 1642 gebouwd in een traditionele stijl met bakstenen trapgevels en zandstenen elementen. Elk huis is 3,5 meter breed en 11 meter lang. Ooit heeft de stad er vol mee gestaan, dat weten we via schilderijen. Toen de Vereniging Hendrick de Keyser ze tussen de jaren 1927-1929 één voor één aankocht, waren ze gesplitst in beneden- en bovenwoningen en was er een tweede ingang. Bloemgracht 91 werd in 1972 gekocht voor 7250 gulden. Bloemgracht 87 en 89 beide in 1929, resp. voor 7800 en 7750 gulden. Behalve dat ze er slecht aan toe waren, was het oorspronkelijke karakter flink aangetast. Het heeft wel even geduurd, maar tussen 1943 en 1947 werd een restauratie van de panden uitgevoerd onder leiding van architect Jan de Meijer (1878-1950) en de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Het leidde uiteindelijk tot een bijna volledige reconstructie van deze 17de-eeuwse huizen. Er is een vorm van restaureren toegepast die in de opvatting van veel monumentenzorgers gelijk is aan vloeken in de kerk. Het interieur werd op radicale wijze herzien, waarbij de splitsing in kleine, nauwelijks bewoonbare, eenheden ongedaan werd gemaakt. Die reeks ingrepen heeft de panden behoed voor sloop en verval. De drie 'oudere heren' - met ook nog eens drie gevelstenen uit de Gouden Eeuw - staan er nog steeds puntgaaf bij alsof het nooit anders is geweest. Ook voor de komende decennia wil de thans 100-jarige Vereniging Hendrick de Keyser dit bezit veiligstellen. Dat is de reden waarom de drie juweeltjes nieuwe funderingen krijgen. Een kostbare operatie die momenteel gaande is. Vrij recent heeft de jubilerende Vereniging een boek uitgegeven met als titel 'Huizen in Nederland. De negentiende en twintigste eeuw'. Het standaardwerk kent 456 pagina’s en is uitgegeven bij Waanders Uitgevers in Zwolle en kost € 49,95. Vanwege het leeftijdsverschil was er voor de drie hoogbejaarde Hendricken in deze uitgave geen plaats.

Bijschrift bij de foto: De mooiste 17e-eeuwse grachtenhuizen in deze werelderfgoedstad zijn de Drie Hendrickjes, Bloemgracht 87, 89 en 91 uit 1642.