Voor Stadsblad de Echo schrijft Hans al meer dan 10 jaar met veel plezier een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus wordt een column altijd grondig herlezen voor het naar de redactie gaat. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in een boek kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. In 2011 heeft Hans alweer de vijfhonderdste column afgeleverd, maar hij hoopt zeker de duizend te halen.

Amsterdam omsingeld 738
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 15 februari 2017

De burgemeester moest helaas afzeggen. Zijn huidige conditie en de constante stroom aan uitnodigingen dwingen hem keuzes te maken. Gelukkig was mevrouw Sjuwke Brinkgreve-Kunst wel aanwezig voor de onthulling van het naambord op brug 295 over de Recht Boomssloot. Zoals in deze krant vorige week al werd vermeld heet die brug sinds donderdag 9 februari Geurt Brinkgrevebrug. Eindelijk gerechtigheid, want de legendarische monumentenbeschermer en visionair verdiende op z’n minst dat er een plek in de historische binnenstad naar hem werd vernoemd. Hij begon zijn queeste niet ver van deze brug in 1967. Met een energie en vastberadenheid voerde hij de strijd aan voor het behoud van het 17de-eeuwse Huis de Pinto en dwarsboomde daarmee de aanleg van een vierbaansweg dwars door de Nieuwmarktbuurt. Diezelfde slagkracht toonde hij ook na de brand van het West-Indisch Huis in 1975. De houten kappen brandde volledig af en er waren zelfs plannen om het te slopen. Met Ton Koot zette hij de Stichting West-Indisch Huis op en ze kregen bijna 12 miljoen gulden bij elkaar voor restauratie en beheer.
Brinkgreve was een man met een missie. Als hij iets in z’n kop had, liet hij zich er niet van afbrengen. Het ging hem om het resultaat en om dat doel te bereiken, zette hij desnoods iedereen naar zijn hand. Zijn betrokkenheid bij restauraties was altijd groot en dus pakte hij altijd de fiets en ging kijken hoe een project vorderde. Voortgangscontrole dus. Ambtenaren deden dat volgens hem veel te weinig. Met hen lag hij dan ook regelmatig overhoop. Bij de goed bezochte onthulling van het naambord vertelde bestuurslid van Stadsdeel Centrum Boudewijn Oranje een aardige anekdote. Net als ondergetekende was heer Brinkgreve ooit geraakt door de uitgave ‘Amsterdamsche Woonhuizen’ van A. A. Kok. Gewoon een aardig cadeautje van zijn vrouw met de nodige gevolgen, want sindsdien was hij ‘bekeerd’ tot de monumentenzorg.
Oud-voorzitter Jos Otten van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) omschreef Brinkgreve in zijn korte toespraak als een onverzettelijk man, beetje regentesk misschien, maar met veel kennis van zaken. Volgens Otten was hij een beschaafd vechter. Kom daar nog maar eens om in deze tijd.
De 95-jarige Sjuwke hoorde het allemaal aandachtig aan. Stevig ingepakt werd zij in haar rolstoel tot voor het naambord gereden. Onder haar toeziend oog mochten Otten en Oranje het doek wegnemen. De missie van Brinkgreve is (bijna) volbracht.