Voor Stadsblad de Echo schrijft Hans al meer dan 10 jaar met veel plezier een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus wordt een column altijd grondig herlezen voor het naar de redactie gaat. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in een boek kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. In 2011 heeft Hans alweer de vijfhonderdste column afgeleverd, maar hij hoopt zeker de duizend te halen.

Amsterdam omsingeld 735
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 25 januari 2017  

Op het voormalige schoolplein achter Museum ‘t Schip staat een verzameling straatmeubilair gerelateerd aan de Amsterdamse School. Te zien is onder meer een felrode postbus, de korenblauwe bus van de Gemeentegiro, een schakelkast van het GEB, een afvalbak en ook een Amsterdams pissoir mocht niet ontbreken. Sommige objecten zijn nog steeds in de stad te vinden. Dat er in die periode zoveel moois is gemaakt, kwam omdat de ontwerpers van de Amsterdamse School zich met hun ideeën richtten op het totaalbeeld van de stad. Niet alleen de gebouwen, maar de openbare ruimte speelde eveneens een belangrijke rol. Bovendien stelde het gemeentebestuur nog prijs op een verzorgd straatbeeld.
De meeste objecten uit deze verzameling zijn weliswaar gedateerd, maar wat vooral opvalt is dat het hele spul er ongeschonden bij staat. Dan kan niet meer gezegd worden van het meeste huidige straatmeubilair. Sinds de introductie van graffiti en wildplakken wordt objecten op straat gebruikt als gratis aanplakzuil of als ondergrond voor graffiti. Vooral op belangrijke doorgangsroutes is het vaak zoeken naar een prullenbak, plantenbak of electriciteitskastje dat niet is beplakt of opgesierd met een graffitikrabbel.
Wildplakken en graffiti was in de zeventiger jaren nieuw en alternatief. Elk kluppie dat wat had te melden liet posters plakken. Graffiti waaide over uit New York en had soms zelfs artistieke pretenties. De gemeente had blijkbaar andere dingen aan het hoofd en liet het allemaal maar gebeuren. Plakken en kladden ging er gewoon bij horen.
Het probleem wordt erkend, maar de gemeente lijkt al jarenlang achter de feiten aan. Dat elk stadsdeel er tot voor kort een eigen beleid op nahield, zal niet hebben bijgedragen aan een adequate aanpak. Ambtenaren dachten al die wildplakkers te slim af te zijn en bedachten een truc. Op diverse straatmeubels zijn nu metalen strips met een opstaande rand geplakt, zodat er niet overheen kan worden geplakt. Een lelijk gezicht en bovendien een zwaktebod.
Waarom treedt de gemeente hierin niet wat krachtiger op? Bijvoorbeeld door flinke boetes uit te delen en verkoop van spuitbussen met een accijns te belasten. Met een gemeentelijke verordening waardoor een organisatie die op het affiche wordt geadverteerd aansprakelijk wordt gesteld, moet ze een vuist kunnen maken. Voorlopig is pleintje achter Museum ’t Schip een mooi voorbeeld hoe de openbare ruimte gezien wordt als iets dat met respect behandeld wordt. Plakken en kladden doe je maar bij je eigen thuis.