Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 730
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 14 december 2016  

In een la met paperassen dook een ongesigneerde prent op van een sfeervol wintergezicht. De tekenaar heeft op de Pastoorsbrug – favoriet bij veel toeristen – gestaan met zicht op huizen aan de even zijde van de Brouwersgracht bij de Binnen Brouwersstraat. Helaas is de prent niet gedateerd, maar op de gracht wordt uitgebreid geschaatst en er is iemand die het ijs veegt.
De Pastoorsbrug was in 1794 een stenen brug en is in 1797 vervangen door een houten loopbrug. Die deed dienst tot 1884, waarna het een plaatbrug van ijzer werd. Deze voetgangersbrug heette in de volksmond het ‘kippenbruggetje’ en moest in 1966 wijken voor de huidige brug met drie bogen, geschikt voor het toenemend verkeer. De oorsprong van de naam Pastoorsbrug is niet bekend, maar is mogelijk gebaseerd  op de aanwezigheid van twee schuilkerken in de omgeving. Protestantisme was sinds 1578 het officiële geloof en o.a. katholieken doken onder. Op Prinsengracht 7 was  de Posthoorn, waarover het verhaal gaat dat er een tunnel onder de gracht doorliep naar café het Papeneiland. Katholieke gelovigen konden zich zo in veiligheid brengen als hun bedehuis werd ontdekt. Verder was op Keizersgracht 102 De Rode Hoed, die tot 1957 nog als Remonstrantse Kerk dienst deed. De haat en nijd tussen ‘papen’ en ‘ketters’ is voorbij, maar een spotprent van illustrator Jo Spier uit de jaren vijftig laat zien hoe katholieke en protestantse kinderen elkaar op die brug flink met kussens te lijf gingen!
Aardig om te vermelden is het huis aan de overkant van de brug. Dit huis op Brouwersgracht 86 stamt uit ca. 1650, waarvan de gevel rond 1910 grotendeels werd vervangen. Stadsherstel Amsterdam N.V. kocht het in 1957 voor ƒ 12.377,63. Bij de restauratie is er een halsgevel aangebracht, die op de werf van monumentenzorg op betere tijden lag te wachten. Op de eerder genoemde prent heeft de tekenaar er een klokgevel van gemaakt, maar het had dus een herplaatste halsgevel moeten zijn. Wat dit huis interessant maakt is de constructie aan de zijgevel. Naast het pothuis is een buitentrap gebouwd met een houten overkapping. Zo’n curieus onderdeel komt in Amsterdam niet of nauwelijks voor. Het kreeg de toepasselijke bijnaam: het huis met de preekstoel.
Hoewel meneer pastoor er niet snel een preek zal houden, kunnen katholieke gelovigen tegenwoordig met een gerust hart de brug over. Voor een kerk moeten ze dan wel een eind verderop.  

Bijschrift bij de foto:
De Pastoorsbrug was vroeger een voetgangersbrug