Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 725
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 9 november 2016

Drukte en verloedering strijden dit jaar om de eerste plaats van veelbesproken onderwerpen. Met de drukte in de oude stad gaat de burgemeester zich nu  hoogstpersoonlijk bezighouden, maar van verloedering is toch geen sprake in een stad die zich van de ene opbreking naar de volgende herinrichting werkt? Met het werk aan de slotfase van de Noord/Zuidlijn en de herinrichting van het Leidseplein zijn we bijvoorbeeld de komende jaren nog flink zoet. Amsterdammers ondergaan het morrend, maar het levert iets op. Daarnaast zijn er ook wat ingrepen, die zonder veel tamtam gerealiseerd worden. Neem de monumentale winkelgalerij in de Raadhuisstraat.
Allure is niet iets waar Amsterdam patent op heeft, maar deze passage is pracht op z’n Hollands. Vakwerk dat wat gekunsteld aandoet, maar in deze tijd als stijlvol wordt gezien. De winkelgalerij met bovenwoningen werd in 1899 opgeleverd en was door A. L. Van Gendt speciaal ontworpen voor de drie jaar eerder opengestelde Raadhuisstraat. Het moest een waardige entree naar de binnenstad vormen en de gemeente ging met de keuze van een architect niet over één nacht ijs. Het licht gebogen gebouw werd één van de vele gezichtsbepalende gebouwen die Van Gendt in Amsterdam heeft ontworpen. De gevelwand voegt zich moeiteloos naar de bocht in de straat en aan de rijk versierde galerij zijn fraaie details te zien. De met ijzeren smeedwerk versierde bogen op natuurstenen pijlers springen het meest in het oog. Let vooral eens op het bijzondere beeldhouwwerk - voor een deel zijn het fabeldieren – op de straathoeken, het middenbalkon en de puntdaken.
Vanaf de jaren zeventig was de passage verworden tot een sjofele plek gevuld met hotels, eettenten en pijlers vol graffiti. Daarmee heeft de eigenaar nu korte metten gemaakt. Een paar jaar terug is de graffiti weggehaald en de helft van de houten winkelpuien teruggebracht in de originele staat. Daar bleef het niet bij, want de grootste verrassing is dat de lelijke reclames en lichtbakken zijn verwijderd. Door de hele galerij hangen nu matgouden lichtbakken met zonodig de naam van het – ze zitten er nog steeds – hotel in een artdeco-lettertype.
Bovendien is er een fraaie sierbestrating van donkerrode klinkers aangebracht, die wordt onderbroken door een rechthoekig motief van geel en zwart geglazuurd baksteen. Zo wordt een rijksmonument graag behandeld. Opnieuw is een plek in de binnenstad ontkomen aan verslonsing en een slecht imago. Houen zo!

Bijschrift bij de foto: De opgeschoonde winkelpassage in de Raadhuisstraat.