Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 722
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 19 oktober 2016  

Het Leidseplein gaat op de schop en dat is niet de eerste keer. Het populaire plein ontstond in de 17de eeuw als wagenplein - een verzamelplaats voor karren, paarden en reizigers naar Leiden. Er waren stalhouderijen, wagenmakers en hoefsmeden, maar ook tapperijen en eettenten. We kennen het nu als spil in een uitgaansgebied.
In 1973 werd het een autovrij en ontstond ruimte  voor huldigingen, demonstraties tegen bijvoorbeeld het slechte weer. Tot 1979 was er nog een Huis van Bewaring voor lastposten en tot 2004 was er gelukkig nog een Broodje van Kootje te vinden.
Eigenlijk bestaat het plein uit drie delen. Het deel rond de Stadsschouwburg, dat rond hotel Americain en het Kleine-Gartmanplantsoen. In de loop der jaren is het er behoorlijk drukker geworden en flink verrommeld. Tijd dus voor een grondige herprofilering die zo’n vijf jaar gaat duren. Momenteel wordt er aan de Leidsebrug gewerkt, in de Marnixstraat en op het Leidseplein zelf. De taxistandplaats wordt verhuisd en verwacht mag worden dat ook de on-Amsterdamse lantaarnpalen op het plein bij de Leidsestraat verdwijnen. Hier zouden kroonlantaarns moeten staan, zoals een stukje verderop bij de Hans Snoekfontein vóór hotel Americain. Op de artist’s impression oogt het allemaal een stuk ruimtelijker, maar niet bepaald leger. In het ontwerp is het zogenaamde ‘verblijfsplein’ volgestouwd met terrassen. Het is niet te hopen dat straks de sfeerloze ijsbaan ook gewoon terug mag komen.
Ronduit teleurstellend zijn de plannen met het Kleine-Gartmanplantsoen tussen Leidseplein en Weteringschans. Vroeger lag hier nog in volle glorie de Lijnbaansgracht, maar dat stuk is in 1911 overkluisd. Bij de werkzaamheden voor de aanleg van de binnenring in 1978 was deze ondergrondse waterloop – een zogeheten ‘duiker’- door een rooster weer even te zien.
Op dat stuk met daaronder de gracht kunnen fietsen nu tijdelijk worden geparkeerd. Straks komt er een ondergrondse fietsenstalling voor circa 2.000 fietsen met een ingang die een metrostation niet zou misstaan. Maar waarom de fietsenstalling niet onder het Leidsebosje, zodat het water van de Lijnbaansgracht weer kan worden  gezien? Een gemiste kans, want wat is nou leuker dan een terras aan het water dat met een bootje kan worden bereikt. Het terugbrengen van een gracht haalt de wereldpers en Amsterdam heeft er een attractie bij.
Frappez toujours zeggen ze in Parijs ofwel, blijf je standpunt herhalen. Kom op gemeente, grijp deze unieke kans en wijzig alsnog de plannen. 

Bijschrift: De Stadsschouwburg in 1894 met de Lijnbaansgracht in volle glorie.