Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 721
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 12 oktober 2016

Een doordeweekse middag en de pont naar de Buiksloterweg is afgeladen vol. Vooruit, het is een zonnige dag, maar wat maakt Amsterdam Noord ineens zo aantrekkelijk?
Niet eens zo lang geleden gold de overkant van het IJ als het lelijke eendje van de stad, volgens sommigen een stedebouwkundige vergissing. Waar ooit een galgenveld lag en later zware industrie werd gehuisvest, wilde je nog niet dood gevonden worden. Bewoners zelf dachten er anders over. Noord had dat thuisgevoel, beetje dorps en gemoedelijk. Toch werd het grauwe karakter van Noord decennia lang bepaald door fabrieken, scheepswerven en aanverwante industrieën. De vriendelijke tuindorpen, zoals de Van der Pek- en Florabuurt, leken vooral gebouwd om het arbeidspotentieel te huisvesten. Voor de rest van de stad bestond Noord nauwelijks en anders zorgde de achterkant van het Centraal Station wel voor de symbolische afscheiding.
In dat weinig positieve beeld fungeerde de robuuste Shell-toren uit 1966 van architect Arthur Staal altijd als een landmark. Alsof het wou zeggen: hé, hier begint Amsterdam Noord en het hoort er ook bij. Het verkassen van de multinational in 2009 leek definitief een signaal af te geven. Noord werd ontdekt door jonge honden uit met name de creatieve industrie en begon trendy te worden. Met de komst van Eye Filmmuseum in 2012 werd het een feit: Noord is the next place to be. In andere stadsdelen was het steeds voller aan het worden, aan de overkant van het IJ valt er tenminste nog wat te  pionieren. Intussen is het voormalige Shell-bastion herontwikkeld door Claus en Kaan Architecten en heet nu A’DAM toren. Ooit een gesloten fort, nu een event  op z’n Amsterdams gezegd. Het is geen Eiffeltoren en valt in het niet bij de hoogte van het ingestorte New Yorkse World Trade Center, maar wat geeft het. Eenmaal boven is het uitzicht fantastisch en oogt de stad nog dynamischer dan vanaf de grond.
De IJ-oevers zijn in de afgelopen 25 jaar volledig getransformeerd en bovendien kreeg de achterkant van het Centraal Station smoel. Ontworpen als tweede, gelijkwaardige entrée tot het station doet de achterkant niet onder voor het Stationsplein aan de voorkant. Het vormt zo’n beetje een wereld op zich met een prachtig uitzicht over het IJ en… op Amsterdam Noord. Het voormalig ondergeschoven kind wordt gezien en hoort er nu helemaal bij. Pas maar op Noord, als straks de Noord/Zuidlijn gaat rijden.