Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 718
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 21 september 2016  

De Luxemburgse schrijver Paul Palgen noemde Amsterdam ooit ‘de parelgrijze zuster van mijn rozekleurige Venetië’. Dat klinkt chique, waarom parelgrijs is een raadsel. Bij zoiets rijst de vraag in hoeverre kleur een rol speelt bij de indruk die bezoekers aan onze stad hebben? Interessante kwestie.
Architectuur zet zintuigen aan het werk, toch zullen weinig mensen een stad aanduiden met een kleur. Laten we een poging wagen. Wat zijn de ingrediënten voor deze hedendaagse kleurimpressie? Straatmeubilair, auto’s, straten, grachten en groenvoorziening in het algemeen doen beslist mee, maar bepalend voor zo’n kleurbeeld zijn toch de huizen en gebouwen.
In het verleden werd Amsterdam wel eens saai genoemd, vanwege de uniforme baksteenarchitectuur. Dat gaat deels op voor de 19de eeuwse wijken buiten het centrum. Veel straten staan vol met vrij eentonige, baksteenkleurige  strokenbouw.  In dat opzicht is er buiten de ring en in het centrum intussen best  wat variatie te vinden.
Laten we beginnen met de historische stad. In dit werelderfgoed is een grote verscheidenheid aan geveltypes met de nodige ornamentiek. Daarbinnen zijn er subtiele kleurverschillen tussen baksteen, natuursteen en pleisterwerk. Huizen die zijn opgetrokken uit zandsteen hebben een grijze, soms gele uitstraling. Baksteen is er dan weer in verschillende tinten, van oranje-rood tot donkerrood of roodbruin. Huizen worden ook wel geolied in rood, grijs, zwart of bruin. Dat kan in ieder geval niet kleurloos of eentonig worden genoemd.
De golf van stadsvernieuwing leverde het centrum in de zeventiger jaren een nieuwe Haarlemmer Houttuinen, de herrezen Nieuwmarktbuurt en de gedeeltelijk vernieuwde Oostelijke Eilanden op. Nu trekt vooral het KNSM-eiland veel aandacht met kleurrijke woonblokken, helemaal van deze tijd.
Schilderwerk vormt eigenlijk maar een kleine bijdrage aan de totstandkoming van een kleurbeeld. Het wordt in de stad ook nergens al te bont gemaakt. Noem het een harmonieus beeld. In de oude stad wordt hoofdzakelijk gekozen voor drie kleuren – grachtengroen, Bentheimer of wit - die  goed harmoniëren met de vele bakstenen gevels en het metselwerk. Rood komt voor, maar dan vooral op de voormalige pakhuizen.
Na opsomming van alle ingrediënten mag licht natuurlijk niet onvermeld blijven. De indruk van de stad zal op een grauwe regenachtige dag anders zijn dan wanneer de zon wat meer ruimte krijgt. Het is voorstelbaar dat het parelgrijs de achtergebleven indruk is geweest van zo’n kleurloze dag. De chroniqueur van oud-Amsterdam stelt voor het parelgrijs aan te vullen met een vleugje baksteenrood.