Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 716
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 7 september 2016  

Er zijn dingen in het leven die gekoesterd moeten worden. Het boekje ‘Amsterdamsche woonhuizen’ van A. A. Kok is er zo een. De eerste druk uit 1941 staat prominent in de boekenkast van de chroniqueur van oud-Amsterdam. In de leerzame uitgave laat Abel Kok weten wat nodig is om ‘goede bouwkunst voort te brengen’. Hij was zelf architect en vond dat, behalve talent en inzicht, vooral ambachtelijke vakkennis nodig was.
Zijn stelling dat ‘wat goed en schoon is, weerstaat den tijd en neemt toe in schoonheid’ is gewoon een tijdloze uitspraak. Lelijkheid is in zijn universum simpelweg gedoemd ten onder te gaan. Moderne bouwkunst was volgens hem verworden tot puur techniek en gewin. Er was wel één troost. Oude bouwwerken zijn tenminste gemaakt op een manier dat ze de eeuwen weerstaan. Echter, ze konden niet overleven zonder zorg en onderhoud.
Pioniers op het gebied van de monumentenzorg wisten dat maar al te goed. Voor het behoud van een gevarieerd en boeiend stadsbeeld was onderhoud bepalend. Daarom was 1975 voor de monumentenzorg ook zo’n belangrijk jaar. Het was Europees Monumentenjaar, de stad vierde haar 700ste verjaardag en, last but not least, de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) werd opgericht. Factoren die ertoe bijdroegen dat de strijd om het beschermd stadsgezicht niet langer beperkt bleef tot een groepje liefhebbers. Vanuit de gemeente kwam er concreet aandacht voor. De chroniqueur heeft zichzelf in dat jaar als monumentenliefhebber ontdekt. De beschrijvingen van Abel Kok werden gevolgd door het op de fiets springen om diverse panden ter plekke te gaan bekijken. Tips van lezers van deze column zorgen er bovendien voor dat de chroniqueur nog herhaaldelijk op de fiets springt om – gouden regel! – ter plekke te gaan kijken.
Zo liet lezer Henry van der Veen - naar aanleiding van een verhaal over beschilderde behangsels – weten dat hij ook een exemplaar bezit. Het doek, met een tafereel van de Lindengracht toen het nog een gracht was, zou zijn gemaakt in 1890 door een gewone huisschilder. Met nog andere stukken heeft het gehangen in een niet meer bestaand café in de Goudsbloemstraat.
Beschilderde behangsels werden gespannen op een spieraam en konden dus eenvoudig worden meegenomen. Lezers met dit soort waardevolle tips worden gekoesterd door de chroniqueur. Net als het bijbeltje van A. A. Kok en Open Monumentendagen natuurlijk!

Bijschrift: Op het omslag van het boek van A. A. Kok staat een illustratie van een ensemble van monumentenpanden.