Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 715
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 31 augustus 2016  

De menselijke levensloop afgebeeld als een trapgevel was al populair in de zestiende eeuw. Deze levenstrap doorloopt de vier seizoenen met een opgaande lijn, een trotse Adam of Sarah op de top, waarna de onvermijdelijke neergang volgt. Leuk bedacht, maar dit oerhollandse geveltype bestond natuurlijk niet louter als symbool, laat staan voor de sier. De trapgevel had wel degelijk een praktisch nut. Er bestond in de zeventiende eeuw een voorkeur voor hoge daken, die werden geplaatst tussen topgevels. Trapgevels werden voornamelijk aan de voorkant van het huis aangebracht en de trapvorm gaf ruimte voor lichtvensters en eventuele hijsdeuren. Amsterdam heeft er vol mee gestaan. Vandaag de dag zijn er nog slechts een kleine honderd over.
De oudst gedateerde is de dubbele trapgevel uit 1605 van Nieuwmarkt 20-22. Het duo heeft zes trappen aan beide zijden en is 12 meter breed. De twee werden  gebouwd voor Jan Hermansz. van Reen, één van de oprichters en eerste bewindhebbers van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Het belangrijke monumentenhuis werd aangekocht door de Vereniging Hendrick de Keyser in 1918, het jaar van hun oprichting. Op het deurkalf van de houten onderpui van nummer 20 staat keurig vermeld dat de twee trapgevels in 1932 werden gerestaureerd. Achter de houten onderpuien bevinden zich bedrijfsruimten, terwijl zich boven een riante woning met vijf ramen bevindt met zicht op de Nieuwmarkt. Behalve in de categorie ‘nostalgisch bouwen’ wordt de trapgevel in hedendaagse architectuur niet toegepast. Toch liet architect Sjoerd Soeters onlangs in Het Parool weten dat het door hem ontworpen complex De Piramides aan de Jan van Galenstraat in feite een uit de hand gelopen trapgevel is, een hommage aan een Amsterdams symbool. Het bakstenen gevaarte staat er al weer tien jaar en domineert de omgeving behoorlijk. Hier geen nostalgisch bouwsel, maar twee in elkaar geschoven driehoekige kolossen met getrapte zijkanten die beslist aan een trapgevel doen denken. Dan zou dit ontwerp van Soeters zomaar de hedendaagse levenstrap kunnen verbeelden? Tenslotte is onze levensverwachting behoorlijk anders dan 400 jaar geleden – een leeftijd van 60 jaar is het nieuwe 50, volgens eerder genoemde Adam en Sarah. Hoog tijd dus voor de nieuwe levenstrap! De gang naar de top is flink opgerekt. Dan kunnen we er ook op rekenen dat het afdalen zich over heel wat jaartjes meer zal uitstrekken.

Bijschrift bij de foto:
De kolossale trapgevel van Sjoerd Soeters aan de Jan van Galenstraat.