Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 712
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 10 augustus 2016

Noem een buurt met één van de eerste sociale woningbouwprojecten gebouwd met overheidsgeld. Precies, de Spaarndammerbuurt! Onder het fietstunneltje in het Westerpark door en linksaf richting Spaarndammerplantsoen.
Daar werd in de periode 1914-1921 het wigvormig huizenblok inclusief postkantoor gebouwd. Eigenzinnige details, helrood baksteen, siermetselwerk, rondvormige erkers en originele deuren. Opdrachtgever was woningbouwvereniging Eigen Haard en het ontwerp van architect Michel de Klerk (1884-1923), die één van de voormannen zou worden van de Amsterdamse School. In de Oostzaanstraat stond al een schoolgebouw toen De Klerk er zijn woonblokken mocht bouwen. Die werd niet afgebroken, dus bedacht hij een slimme oplossing en liet zijn bouwblok het wat stijve gebouw als het ware omarmen. Probleem smaakvol opgelost. Het markante complex kreeg al snel de bijnaam ‘Het Schip’ en werd een ikoon van de Amsterdamse School. De idealistische architecten van deze decoratieve bouwstijl hielden zich sowieso voornamelijk bezig met sociale woningbouw. ‘Niets is mooi genoeg voor de arbeider, die al zo lang zonder schoonheid heeft moeten leven’ is een bezielde uitspraak van de meester zelf.
Na sluiting van het postkantoor in 1999 kon Alice Roegholt haar grote wens in vervulling gaan. Het huizenblok moest de basis worden van een museum, gewijd aan de Amsterdamse School. In 2001 ging Museum Het Schip open. In de beginjaren was er de museumwoning, die een indruk moest geven van het wonen in de jaren 20, het postkantoor met het originele interieur in Amsterdamse Schoolstijl plus de collectie straatmeubilair.
De school kwam leeg en sinds 1 juli heeft het museum het pand dan ook letterlijk ingelijfd. Dat betekent meteen 1200 vierkante meter erbij met een royale ontvangstruimte en op de bovenverdieping veel expositieruimte. Kern van het bezoek is wel de rondleiding langs dit rijksmonument. Zonder één van de gidsen blijven postkantoor en museumwoning gesloten. Maar een ronde maken is leerzaam en plezierig tegelijk. Bezoekers zijn verrukt van de fantasierijke bouw en het maakt nogal eens herinneringen los.
Vermakelijk is het verhaal achter de toren op de lage toegangsvleugel. De ‘sigaar’ moest de socialistische variant van een kerktoren voorstellen en zo wordt het wel de toren van de middelvinger genoemd. Waarschijnlijk werd het in die tijd nog niet als een belediging opgevat. Intussen is de stad weer een publiekstrekker rijker. Overigens zijn er met het fietstunneltje ook vergevorderde plannen.

Bijschrift bij de foto: Het torentje op de lage toegangsvleugel.