Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 706
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 29 juni 2016  

In een folder van een wooncentrum werden tuinposters van beminnelijke doorkijkjes aangeprezen. Best aantrekkelijk zo’n deels afgedekt vergezicht van een weelderige kasteeltuin of een betoverend panorama. Een stukje buitenleven voor boven de bank.
Bij het zien van die romantische afbeeldingen moest de chroniqueur van oud-Amsterdam onbewust denken aan beschilderde behangsels. Dit soort decoratieve schilderingen werd in de 18de eeuw op grote schaal aangebracht in grachtenhuizen en stadspaleisjes. Muren werden bespannen met op doek, in olieverf, geschilderde voorstellingen.
Misschien wat oneerbiedig om ze met tuinposters te vergelijken, maar in beide gevallen wordt natuur als smetteloos en idyllisch gezien. Bij beschilderde behangsels gaat het bovendien om zuiver geïdealiseerde landschappen. Onheil kwam er niet in voor, want het was niet de bedoeling de toeschouwer de stuipen op het lijf te jagen.
Mensvriendelijke dieren mochten er natuurlijk ook in en dan bij voorkeur koeien, schapen en bonte vogels. De bedrieglijke schoonheid van beschilderde behangsels is evident. De vrije natuur is heus niet zo vredig en harmonieus, maar werd graag zo gezien. Over dit soort voorstellingen schreef kunstschilder en essayist John Berger dat stedelingen vaak geneigd zijn een sentimentele kijk op natuurschoon te hebben. Volgens hem wordt natuur louter als een tuin of arena van vrijheid beschouwd.
Dat neemt niet weg dat in de tuinkamer van Museum Het Grachtenhuis op Herengracht 386 een uniek ensemble is te zien van de bekendste behangselschilder Jurriaan Andriessen (1742-1819). De schilderingen van een landelijk tafereel heeft Andriessen in 1776 gemaakt. Helaas zijn beschilderde behangsels zeldzaam geworden. Ze zijn op doek geschilderd en kunnen met gemak worden weggehaald. In slechts zesentwintig historische huizen zijn deze unieke versieringen nog te zien.
Vanzelfsprekend zijn er in de oude stad geen doorkijkjes naar een schilderachtig landschap. Maar wat te denken van de stedelijke variant? Vanaf een brug of het water, vanuit een steeg of nauwe straat uitkijkend op een fraai huis, toren of een ander in het oog springend object.
Neem de Driekoningenstraat met de rij aaneengesloten koetshuizen. Pal aan de overkant, op Herengracht 170-172, ligt het prachtige huis Bartolotti uit ±1617. Daarachter duikt de Westertoren uit 1638 op. Rondvaartboten in het Singel liggen altijd even stil voor dit fotogenieke aanzicht. Zoals tuinposters en beschilderde behangsels de perfecte illusie verkopen, zijn doorkijkjes in de stad er gewoon om door verrast te worden.  

Bijschrift bij de foto:
Doorkijk vanuit de Driekoningenstraat naar huis Bartolotti en de Westertoren.