Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 705
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 22 juni 2016  

De oude stad wordt wel eens vergeleken met een levend organisme, denk aan het web van straten en steegjes. Vorm en inhoud hiervan veranderden nogal eens, want in de loop der eeuwen is er heel wat aan versleuteld. Een mooi voorbeeld is de Bloedstraat, die loopt van de Nieuwmarkt – sinds kort op verschillende plaatsen voorzien van kinderhoofdjes - naar Oudezijds Achterburgwal en is aangelegd op restanten van het Minderbroedersklooster, dat in 1578 werd gesloopt. Koetshuizen verschenen eind 17de eeuw in de straat. Die zijn nog redelijk herkenbaar aanwezig en behoorden aan de chique bewoners van de Kloveniersburgwal, die er hun rijtuigen en paarden stalden.  Bloedstraat, lugubere naam eigenlijk. Naar de herkomst van de naam blijft het een beetje gissen. Er zijn maar liefst drie verklaringen. Is de naam ontleend aan de ‘bloetcamer’ van het Minderbroedersklooster, waar aderlatingen werden gedaan? Verwijst hij naar de ‘bloedraad’ van de hertog van Alva die, in opdracht van de Spaanse koning, hier was gestationeerd om orde op zaken te stellen? Of refereert het aan het ‘bloedmaal’ dat Alva nuttigde met de monniken, als er weer een stel protestanten om zeep was geholpen? Welke van de drie het ook is, tegenwoordig betekent de Bloedstraat ‘business’. Godvrezende monniken zijn vervangen door sekswerkers. Op een zonnige middag staat een schaars geklede dame - of is het een omgebouwde jongen? - te babbelen met twee vriendinnen. Haar peeskamertje op de hoek van de Bloedstraat en Oudezijds Achterburgwal ligt pal tegenover het atelier van stadshersteller, monumentenzorger en beeldhouwer Geurt Brinkgreve (1917-2005). Als enthousiaste nieuweling in de monumentenwereld leerde reeds 40 jaar geleden de chroniqueur van oud-Amsterdam Geurt kennen als voorvechter voor het behoud van de oude stad. Zijn gedrevenheid was grenzeloos en het is aan hem te danken, dat hele delen van de oude stad nu nog overeind staan dankzij zijn vele stichtingen. In 1982 werd op initiatief van een groep vrienden, een gevelsteen op het Geurt Brinkgreve-huis aangebracht ter ere van zijn 65ste verjaardag. De steen is gehakt door de onlangs overleden Hans ’t Mannetje. Met loden jas en baret is het Brinkgreve ten voeten uit. Erboven is zijn levensmotto ‘Restauro’ ofwel ‘Ik herstel’ gebeiteld. Vlak onder het gebeeldhouwde reliëf hangt – typisch Amsterdamse onverschilligheid – een verkeersbord, nota bene hetzelfde als aan de overkant. De dames achter de ramen zal het een zorg zijn, maar dankzij Geurt ligt de Bloedstraat er mooi bij. Het is één van die straten met een verhaal.  

Bijschrift bij de foto:
Op de hoek van Bloedstraat / Oudezijds Achterburgwal bevindt zich in de zijgevel de gevelsteen met het portret van Geurt Brinkgreve.