Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 703
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 8 juni 2016  

Schrijver en jurist J. B. Charles (1910-1983) vroeg zich in een gedicht af, hoe God zou ruiken. Hij ruikt naar een paard, was zijn conclusie. Al in de toegangspoort naar de Hollandsche Manege aan de Vondelstraat 140 hangt inderdaad die speciale paardenlucht. Voor wie het nog niet wist, hier wordt de klassieke paardrijkunst onderwezen. Het neoclassicistische gebouw stamt uit 1882 en is ontworpen door A. L. Van Gendt naar voorbeeld van de Spaanse rijschool in Wenen. Het inpandig complex heeft een binnenrijbaan met ijzeren kap en ornamenten. Boven in de foyer hangt de aangename sfeer van een grand café dat betere tijden heeft gekend. Vanaf de balkons heeft de bezoeker een prachtig zicht op de verrichtingen van de ruiters. Inmiddels is het imposante gebouw een rijksmonument, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Er was een Rotterdamse kunsthistorica, Lydia Lansink, voor nodig om de manege van de ondergang te redden. Ze kwam, toen nog als studente voor een inventarisatie van 19de eeuwse architectuur in de Hollandsche Manege terecht. Daar trof ze een lekkend gebouw en paarden die tot hun enkels in de prut stonden. Rijp voor de sloop werd gezegd, maar Lydia was bij het zien direct verkocht en besloot tot een tegenoffensief. Ze richtte in 1978 de werkgroep ‘Behoudt de Hollandsche Manege’ op en zette allerlei acties op touw. Desondanks heeft het Koninklijk Huis in de beslissing over het voortbestaan de doorslag gegeven. De prinsessen Beatrix en Irene hadden namelijk allebei in de Hollandsche Manege rijlessen gevolgd. De actiegroep besloot beide dames en toenmalig vorstin Juliana een brandbrief te sturen. Het gewenste effect bleef niet uit, want niet veel later werden de actievoerders uitgenodigd op het stadhuis, waar een brief werd voorgelezen van Hare Majesteit, die het een schande zou vinden als de manege werd gesloopt. Een geslaagde actie dus en zodoende werd het gerestaureerde complex op 6 juni 1986 heropend. Dat is nu dertig jaar geleden en intussen profileert de Hollandsche Manege zich zelfs als levend paardenmuseum. Natuurlijk zijn er na schooltijd ook nog steeds de opgewonden paardenmeisjes. Gespannen staan ze in rijbroek met cap op het hoofd te wachten, klaar om hun lievelingspaard te poetsen en te berijden. De paarden ondergaan het gelaten. Eigenlijk wilde J. B. Charles gewoon zeggen dat God een paard is.  

Bijschrift bij de foto:
Op zondagmiddag is het zogeheten Vondelcarrousel regelmatig in de Hollandsche Manege te zien.