Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 699
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 11 mei 2016  

‘Geef je ogen goed de kost’, werd bij ons thuis vaak gezegd. Als het om oud-Amsterdam gaat, heeft de chroniqueur van deze werelderfgoedstad het advies aardig ter harte genomen. In al die jaren is de aandacht voor kunstwerken in de openbare ruimte er helaas een beetje bij ingeschoten.
Kunstenares Marte Röling zei eens dat de binnenstad mooi was van zichzelf, daar hoefden niet per se kunstwerken bij. Dat heeft misschien een rol gespeeld. Toch kan het geen kwaad eens wat vaker in de oude stad te gaan kijken wat er op dat gebied nog valt te ontdekken. Met wie kun je dan beter beginnen dan met voormalig stadsbeeldhouwer Hildo Krop (1884-1970)? Aan zijn werk kun je bijna een dagwandeling besteden. Alleen al voor meer dan twintig bruggen heeft de goede man het beeldhouwwerk voor zijn rekening genomen. Wie verder kijkt, herkent zijn hand in gebeeldhouwde ornamenten op gebouwen en een reeks beelden in de stad. Onlangs nog werd ‘Moeder Aarde’ uit 1926, naast de poffertjeskraam in het Weteringplantsoen, vervangen door een brandschone replica. Het origineel was te kwetsbaar geworden en slijt haar verdere dagen noodgedwongen  in een gemeentelijke opslag.
Kunst moest voor Krop zichtbaar zijn en dus hield hij van het werken met  architecten. Zijn karakteristieke werk voor het gewezen Scheepvaarthuis is daar een fraai voorbeeld van. Hij maakte bijna alle 28 portretten van de grondleggers van de scheepvaart. Ook heel typerend zijn de wonderlijke gevelversieringen aan het voormalig stadhuis, nu hotel The Grand op de Oudezijds Voorburgwal. Pal tegenover het sjieke hotel staat een urinoir uit 1926. Bovenop dit rijksmonument staat ‘De Volksredenaar’ van Krop. De gebalde vuist van de arbeider gold als verwijzing naar het naastgelegen stadhuis. Over de voorstelling werd nauwelijks iets gezegd, maar een kunstwerk op een urinoir, was dat niet wat al te kostbaar? Ambtenaren op het stadhuis verslikten zich bijna in hun koffie. Al zijn gebeitel is niet los te zien van zijn ideeën over het geloof in een nieuwe tijd, de socialistische heilsstaat. Zijn werk viel dan ook niet bij iedereen in de smaak. Krops vader was banketbakker en zo sprak schrijver Gerard Reve in zijn prachtige roman ‘Moeder en zoon’ spottend van ‘een koekenbakker van geslachtsloze beelden.’ Beetje kinnesinne misschien, want Krop was wel een heel goeie koekenbakker.

Bijschrift: ‘De Volksredenaar’ van Hildo Krop op het urinoir tegenover hotel The Grand.