Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 698
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 4 mei 2016

De tijd dat in de oude stad heel wat bouwvallen waren te vinden, is gelukkig bijna verleden tijd. Een vervallen huis mag dan iets vertederends hebben, de afgelopen decennia zijn er flink wat opgeknapt en aan een tweede leven begonnen. Talloze historische huizen zijn zo aan de sloophamer ontkomen. Herinnert u zich de ruïne op Herengracht 300, hoek Wolvenstraat nog? Het ziet er nu bekoorlijk uit, maar oudere Amsterdammers weten vast nog van de dubbele rij stutten aan de zijkant, waarmee het hoekhuis overeind werd gehouden. Het dreigde om te vallen en moest jarenlang wachten op verlossing. Kortom, dit is zo’n huis met een verhaal. Het hoekpand is in 1620 als bakkerswinkel gebouwd en had oorspronkelijk een trapgevel en een pothuis aan de zijgevel. Na verkoop in 1763 is de voorgevel vernieuwd en het kreeg een lijstgevel met kuif. Voor de pui werd óók een pothuis geplaatst. Rond 1877 werd de voorgevel vernieuwd, het huis kreeg de huidige kroonlijst met dakkapel en zogenaamde T-ramen. Het pothuis aan de voorgevel werd gesloopt omwille van een trottoir. In 1911 heeft de toenmalige bakker en eigenaar iets gedaan, dat het pand praktisch fataal werd. Hij plaatste een oliegestookte oven in de kelder, maar kreeg veel klachten van omwonenden vanwege roetneerslag. Hij dacht slim te zijn door de schoorsteen naar boven te verlengen. De elf ton die het kreng woog, drukte het pand richting Wolvenstraat. Slechte fundering en trillingen van het verkeer deden de rest. Jarenlang heeft het er als een krot bijgestaan tot Jan Dekkers, toenmalig hoofd Bureau Monumentenzorg, het tijd vond voor een reddingsactie. Financiële steun van een verzekeraar zorgde ervoor dat Stadsherstel Amsterdam N.V. in 1985 met restaureren kon beginnen. Architect Johan Riesener maakte een restauratieplan en in 1987 was de klus geklaard. Met de gevelsteen in de bepleisterde zijmuur liet de geldschieter weten dat de restauratie een geschenk was bij het 175-jarig bestaan van deze verzekeraar. Opmerkelijk detail is de ‘gehouten’ onderpui. Die lijkt van eikenhout, maar is het niet. Een goede schilder heeft de eikenhouten structuur prima nagebootst op een mindere kwaliteit hout. Restaureren kan dus inhouden dat een antiek huis in z’n geheel wordt herbouwd. Dit is er een goed voorbeeld van. Een bakker treffen we er niet meer aan, maar in het kleine winkelhuisje wordt tegenwoordig lekkere koffie geschonken. Kopje thee kan ook.  

Bijschrift bij de illustratie
: Het pand op Herengracht 300 in 1985 en in 2016.