Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 695
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 13 april 2016  

Terrasje pakken. Wie houdt er niet van? Na een maandenlang grijs wolkendek plus de nodige kou en regen ziet iedereen verlangend uit naar een mooie voorjaarsdag. Op zo’n dag dat de zon zich dit jaar voor het eerst uitbundig laat zien is het op de Prinsengracht ter hoogte van de Leliegracht een gekkenhuis. Het is een punt in de stad waar de wegen van Amsterdammmers, dagjesmensen en toeristen elkaar kruisen. Waar mogelijk zijn tafeltjes en stoelen neergezet, fietsers banen zich een weg, er komt zelfs een paardenkoets langs en voetgangers zijn gedwongen op de weg te lopen. Het bedienend personeel moet met de bestellingen de straat over. Het is een heel spektakel en een wonder dat er geen ongelukken gebeuren.
Destijds werd stadsdeel Centrum nogal eens ‘vertrutting’ verweten. Critici vonden dat er te krampachtig werd omgegaan met regels, ondernemers zouden teveel in hun creativiteit worden belemmerd. Daar is blijkbaar geen sprake meer van, want van die hele ‘vertrutting’ horen we niets meer.
Feitelijk zijn er de afgelopen jaren in de binnenstad juist tientallen terrassen bijgekomen. Dat begint meestal met een bank tegen de gevel, vervolgens een paar stoelen erbij en elk jaar een stukje opschuiven. Op pleinen, voor gevels en steeds vaker op de zogeheten brugvleugels – waar de brug overgaat naar de kade - rukt de Amsterdamse horeca in de openbare ruimte op. Hun aanpak sluit goed aan bij die typisch Amsterdamse mentaliteit van geen gezeik, gewoon doen. De gemeente gedoogt en heeft de horeca zelfs een handje geholpen door een wijziging in het terassenbeleid uit 2011. Terrasverwarming werd toegestaan en op de brugvleugels mag een terras worden uitgebaat, mits er voldoende doorloopruimte overblijft en de verkeersveiligheid niet in gevaar komt. Beetje vreemd, want de openbare ruimte is van iedereen en op deze manier wordt die steeds meer geprivatiseerd. Het fraaie werelderfgoed wordt zo steeds vaker uitgevent aan de horeca en het toerisme.
Op weg naar huis fietst de chroniqueur van oud-Amsterdam door de Damstraat, de meest dichtgeslibde straat van de stad. De typisch Amsterdamse anarchie heeft er voor gezorgd dat het terrasvirus zich hier ook als een olievlek heeft verspreidt.  Terrassen horen in een stad, maar wordt het niet weer eens tijd voor wat meer handhaving?  

Bijschrift bij de foto:
Brugvleugels op de Prinsengracht ter hoogte van de Leliegracht staan vol met terrassen.