Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 693
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 30 maart 2016

Iedereen heeft wel een plek in de stad die is verbonden met een persoonlijke herinnering. Voor de chroniqueur van oud-Amsterdam is dat de Sint-Olofskapel aan de zuidzijde van de Zeedijk. In de omstreeks 1450 gebouwde kapel - genoemd naar de schutspatroon van zeelieden - is momenteel het tijdelijke ‘Roomservice at Olof’s’ gevestigd. Een bezoekje aan het pop-up restaurant riep de tijd van de gigantische restauratie van dit topmonument in herinnering.
Een felle brand op 1 juni 1966 had de oude schipperskapel in een bouwval veranderd. Muren stonden nog overeind, maar van de middeleeuwse kap was niets meer over. De zwaar gehavende kapel heeft vervolgens 25 jaar moeten wachten op eerherstel. Het werd beloond met de status van meest verwaarloosd monument.
Intussen was de Vereniging Hendrick de Keyser gratis voor niks eigenaar geworden van deze ruïne. Ze kreeg de 7 miljoen gulden voor de restauratie echter niet bij mekaar en hoopte maar op betere tijden. Het leek een uitzichtloze affaire te worden. Als voormalig hoofd van het Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg had Jan Dekkers de plannen voor restauratie van de kapel zien stuklopen. Nadat hij met zijn partner Boudewijn de Court Onderwater de Stichting Restauratie Monumenten Amsterdam had opgericht kwam de redding. De heren gingen in onderhandeling met het Barbizon Hotel dat behoefte had aan congresruimte en bereid was mee te betalen aan de restauratie.
Het oprichten van de stichting was een goede zet van de mannen. Jan Dekkers had ervaring plus connecties en wist de boel vlot te trekken. Zij kregen de financiën rond en het prachtige plan van restauratie-architect Joop van Stigt zou de kapel zo goed mogelijk in oude staat herstellen. Zelfs oude grafstenen werden weer in de vloer verwerkt en nieuwe steunbalken zijn volgens de oorspronkelijke constructie aangebracht. Met plaatsing van een nieuwe klokkentoren – naar een ontwerp van Neil Kespar - werd de kapel tenslotte in oude luister hersteld.  In februari 1993 was de officiële opening. Iedereen was vol lof en toch is het pijnlijk dat Jan en Boudewijn persoonlijk nooit erkenning voor hun werk hebben gekregen.
Sommige herinneringen krijgen zelfs een extra wrange bijsmaak. Vlakbij de ingang van de Sint-Olofskapel is een steen ingemetseld waarop een stralende zon, het jaartal 1992 en de tekst BOUDEWIJN DE COURT ONDERWATER. Het is ter nagedachtenis aan de man die zich kort voor de opening van het leven heeft beroofd.

Bijschrift bij de foto: De Sint-Olofskapel met rechts van de ingang de steen voor Boudewijn de Court Onderwater.