Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 688
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 24 februari 2016  

Sinds het begin van de vorige eeuw is er beleid om kunst in de openbare ruimte op te nemen. Het valt misschien niet altijd op, maar in de stad is altijd wel een brug, plein, plantsoen of park waar iets kunstigs is te zien. Van beeldhouwwerken, ruimtelijke objecten en monumentale kunst tot muurschilderingen. Opdrachten in die sector komen praktisch altijd van gemeentelijke diensten of woningcorporaties. Goed beschouwd maakt zo’n verzameling een aardig soort openluchtmuseum van de stad, maar waarschijnlijk gaan de meesten van ons er achteloos aan voorbij. Wel opgemerkt, maar niet goed gekeken of iets in die richting. Daarnaast is er een hoop concurrentie in de openbare ruimte van de binnenstad in de vorm van straatmeubilair, fietsen, geparkeerde auto’s en andere obstakels. Zet daar maar eens een kunstwerk tussen.
Lange tijd heeft de openbare ruimte in het gemeentebeleid geen voorrang gehad met als gevolg een toename van grafitti, wildplakken, fietswrakken en meer rommel. Die houding is veranderd en het tegengaan van achterstallig onderhoud heeft zichtbaar prioriteit gekregen. Er is zelfs sprake van een fikse inhaalsslag wat betreft beheer en onderhoud. Schoon, ruim en leeg is het mantra voor de huidige aanpak. Aangeharkt of niet, visueel spektakel is er nog genoeg in de oude stad. Als het over kunst in de openbare ruimte gaat zou dan ook best mogen gelden dat het de omgeving verrijkt zonder opdringerig te zijn. Regelmatig passeert de chroniqueur van oud-Amsterdam een werk uit 1986 van kunstenaar Michiel Schierbeek bij de ingang van het Westerpark. Destijds werd na herinrichting van het park gesteld dat er een soort herkenningspunt nodig was, waarmee de hoofdingang van het park zou worden geaccentueerd. Het dertien meter hoge object is van alle kanten beslist goed zichtbaar, maar heeft de entrée van het park nou een uitnodigend teken nodig? De speels gestapelde zuil voegt aan de omgeving nauwelijks iets toe en verwijst op geen enkele manier naar het park. Bovendien oogt het geval tamelijk gedateerd. In een omgeving als de Zuidas of rond de uitgestrekte Sloterplas zou dit werk het misschien beter doen. Daarbij is het goed om vast te stellen dat niet alle kunst eeuwigheidswaarde bezit. In het geval van deze staalplastiek met de koosnaam ‘Groeistam’ verwordt kunst zèlf tot straatmeubilair.

Bijschrift bij de foto: De staalplastiek uit 1986 bij de ingang van het Westerpark is van de hand van kunstenaar Michiel Schierbeek.