Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 681
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 6 januari 2016  

Op rondvaartboten gaat al lang het verhaal dat historische huizen langs de grachten steile trappen zouden hebben. Buitenlandse kopers schijnen hier ook over te klagen en bovendien over (te) weinig ruimte in die grachtenhuizen. In beide gevallen is er even niet opgelet, want de grote huizen op de Heren- en Keizersgracht zijn ruim opgezet en hebben brede trappen die vaak zelfs als decoratieve blikvanger werden gezien. Bovendien moest later in de 18de eeuw rekening worden gehouden met de hoepelrokken van de dames die op een smalle, steile trap écht niet uit de voeten konden. Steile trappen moeten worden gezocht in de tussenstraatjes waar de ambachtslieden woonden en de Jordaan. Bouwkavels zijn er vele malen kleiner en in deze ondiepe bouwblokken werd een simpele rechte of spiltrap aangebracht. Er bleef dan gewoon meer leefruimte over. Er werd praktisch over gedacht en de bewoners wisten niet beter. Om hun tonnetjes te kunnen legen bij de ‘Boldootwagen’ moesten de bewoners dus over die steile trappen naar de straat zien te komen. Als ze de trap af moesten, draaiden ze zich gewoon om. Jammer voor de dronkenlappen, maar verder was het goed om in beweging te blijven. Een extreem steil trappetje is te vinden in het Rapenhofje uit 1648, één van de oudste hofjes in de stad. Er hangt zelfs een touw naast de trap om jezelf mee omhoog te trekken. Brandveilig was het in deze woonhuizen natuurlijk niet en volgens de eisen van de brandweer moesten veel van die smalle en lastig begaanbare trappenhuizen gesloopt of aangepast worden. Bij restauraties is dat op grote schaal gebeurd en veel van de originele trappen zijn helaas verloren gegaan. De bijna verticale trap in het huis op Bloemgracht 9 zit er nog in en dat is een wonder, nadat het huis tussen 1978 en 1979 is gerestaureerd. In het gedeelte tussen het voor- en achterhuis bevindt zich een bijzonder steile trap naar de eerste verdieping van het achterhuis. Het oogt als een soort traptorentje tegen het achterhuis. Buitenlandse belangstellenden zullen vermoedelijk snel terugschrikken voor klimpartijen in dit soort historische huizen. Desondanks gaat de chroniqueur van oud-Amsterdam gewoon naar het nieuwe jaar via zijn eigen steile trap. Beste wensen!  

Bijschrift bij de foto: Het monumentale achterhuis van Bloemgracht 9 heeft een bijna verticale trap.