Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 672
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 28 oktober 2015  

Zaken die typerend zijn voor het straatbeeld van de Amsterdamse binnenstad zijn vanzelfsprekend grachten, monumentale huizen, bomen, fietsen en af en toe een  draaiorgel. Het bruine café mag daarin natuurlijk niet ontbreken. Het café met de Perzische kleedjes op tafel, bruin van de nicotinedampen en die typisch Amsterdamse gezelligheid speelt voor sommigen een belangrijke rol in hun dagelijks leven. Van sommige cafés gaat de geschiedenis terug tot in de 17de eeuw en die mogen dan ook worden gerekend tot de selecte groep van historische cafés. Volgens officiële bronnen voert café Karpershoek (1606) aan de Martelaarsgracht 2 deze lijst aan. Maar hoe zit dat met café In ’t Aepjen op Zeedijk 1? Gevestigd in één van de weinig overgebleven houten huizen in de stad, komt ’t Aepjen al voor op een stadskaart uit 1544 van Cornelis Anthonisz. Vermoedelijk ontbrak het in dat jaar aan de juiste vergunning, waardoor het nu niet in aanmerking komt voor een hogere notering op de lijst van historische cafés. Naast het bekende interieur zijn de meeste bruine kroegen al meteen aan de buitenkant herkenbaar. Cafénamen werden namelijk jarenlang in zwierige krulletters op de ruit gezet door de vaste hand van een letterschilder. Voor Amsterdammers is dit soort belettering zo gewoon, dat de schoonheid ervan bijna niemand meer opvalt. Dat was ook het geval bij de Argentijn Ramiro Espinoza. Hij kwam naar Nederland om het vak van letterontwerper te leren en raakte bij de aanblik van die krulletters gefascineerd. Die jolige, romantisch ogende letter met veel krullen is weer zo’n typisch Amsterdams fenomeen. Tegenwoordig zijn de letters op nog maar weinig caféruiten te vinden. Een mooi staaltje ambachtelijkheid gaat daarmee langzaam maar zeker verloren. Het bruine café maakt sowieso zware tijden door. Het rookverbod, de verhoging van de alcoholleeftijd en crisisjaren maken het er niet gemakkelijker op. Het traditionele café verliest terrein aan hippe kroegen met een ander soort uitstraling. Monumentenzorg hecht aan het historisch gevormde Amsterdamse straatbeeld. Ze heeft echter geen greep op veranderingen in het horecawezen, laat staan op de toepassing van belettering op het caféraam. De chroniqueur van oud-Amsterdam wenst de fraaie krulletter nog een lang leven toe.  

Bijschrift:
Het beroemde café Rooie Nelis, Laurierstraat 101, heeft op zijn ruiten nog een fraaie, historische belettering.