Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 671
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 21 oktober 2015  

Er wordt wel eens gezegd dat de komst in 1975 van het Marriott Hotel aan de Stadhouderskade kan worden gezien als voorbode van het massatoerisme. De stenen kolos verving de gesloopte hervormde Koepelkerk en paste aardig in de hang naar cityvorming, dat in de jaren zeventig nogal wat voorstanders kende. Zover is het gelukkig niet echt gekomen, want niet veel later werd het monumentaal erfgoed weer op waarde geschat. Het slopen werd gestaakt, monumenten hersteld, straten en pleinen opgeknapt. De trots van de stad nam toe en ook het toerisme. Het idee om het toerisme nog eens extra te stimuleren werd een factor van belang. Met de heropening van het Rijksmuseum en de uitbreiding van het Stedelijk Museum kon Amsterdam definitief worden gezien als een enorme toeristenmagneet. Met een aantrekkelijke stad weet het hotelwezen bovendien wel raad en bij de bouw van het Marriott is het dus niet gebleven.
Zo bevond de chroniqueur van oud-Amsterdam zich onlangs op een zonnige vrijdagmiddag tussen een kleine tweehonderd protesterende binnenstadbewoners. ‘Wij willen de stad terug’ was de leuze. Met protestborden en rolkoffers als toeristisch symbool ging het van Koningsplein naar het voormalig Paleis van Justitie aan de Prinsengracht, dat ook een hotel wordt. Er wordt gevreesd dat het credo voor de binnenstad ‘wonen, werken en recreëren’ in de knel komt als er nóg meer hotels bijkomen. Het ludieke protest is vooral gericht tegen het stadsbestuur dat nauwelijks een antwoord heeft op deze verkeerde ontwikkelingen. Het lijkt alsof Amsterdam blij moet zijn met haar positie als toeristische trekpleister en verder mag er niet gezeurd worden. Toch is het beter om nu al wat vaker op de rem te trappen, dan later spijt te hebben van een gebrek aan bestuurlijke stellingname. Méér hotels betekent namelijk vanzelfsprekend meer toeristen.
Al rolkofferend volgt de groep – oh, ironie – een route waar, vanwege het fraaie najaarsweer, vooral toeristen rondlopen. Een klein zwart hondje droeg een bord op haar rug met een verzoek om betaalbare woningen. Op de eindbestemming aangekomen werd een lijst met 29 hotels, die nog in de pijplijn zitten, demonstratief doorgestreept. Waar bestuurders altijd gingen watertanden bij het woord toerisme zullen ze de komende jaren over eieren moeten lopen. Overlast is heus niet louter een kwestie van perceptie, dat is een dooddoener. Een stad en haar bewoners zijn niet van elastiek. Op een gegeven moment is de rek eruit.  

Bijschrift:
Erg veel mensen in de stad Amsterdam vinden dat er nu wel echt genoeg toeristen zijn. In een demonstratie op vrijdagmiddag 9 oktober 2015 werd gepleit voor een totale horecastop en geen nieuwe hotels meer.