Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 662
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 17 juni 2015    

De chroniqueur van deze werelderfgoedstad komt graag op de Bloemgracht. Dit schilderachtige plekje wordt wel eens de Herengracht van de Jordaan genoemd vanwege de verschillende deftige, grachtenpanden. Met zicht op de Westertoren is het net een plaatje. Schrijfster Mies Bouhuys deed de Bloemgracht denken aan Venetië, maar dan vermoedelijk zonder de massa toeristen. De gracht – tussen Prinsengracht en Lijnbaansgracht -  is aangelegd in de eerste helft van de 17de eeuw tijdens één van de grote Amsterdamse stadsuitbreidingen, de zogenaamde Derde Uitleg. De naam Bloemgracht komt van de oorspronkelijke naam van het destijds nabijgelegen bolwerk De Blom. Het lijkt bijna ondenkbaar, maar in de jaren na de oorlog lag de gracht er uiterst vervallen en verwaarloosd bij. Dat gold helemaal voor de drieling op Bloemgracht 87, 89 en 91. Bekend onder de naam de Drie Hendricken, worden ze ook wel de pareltjes van de Jordaan genoemd. De drie eenvoudige 17de-eeuwse burgerhuizen zijn in 1642 gebouwd in een traditionele stijl met bakstenen trapgevels en zandstenen elementen. Ooit heeft de stad er vol mee gestaan. Toen Vereniging Hendrick de Keyser ze tussen de jaren 1927-1929 één voor één aankocht, waren ze gesplitst in beneden- en bovenwoningen en was er een tweede ingang. Behalve dat ze er slecht aan toe waren, was het oorspronkelijke karakter flink aangetast. Het heeft wel even geduurd, maar tussen 1943 en 1947 werd een restauratie van de panden uitgevoerd onder leiding van architect Jan de Meijer (1878-1950) en de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Het leidde uiteindelijk tot een bijna volledige reconstructie van deze 17de-eeuwse huizen. Er is een vorm van restaureren toegepast die in de opvatting van veel monumentenzorgers gelijk is aan vloeken in de kerk. Het interieur werd daarbij op radicale wijze gereconstrueerd, waarbij de splitsing in kleine, nauwelijks bewoonbare, eenheden ongedaan werd gemaakt. De reeks ingrepen heeft de panden behoed voor sloop en verval. De drie´oudere heren´ staan er nog steeds puntgaaf bij alsof het nooit anders is geweest. Er wordt wel eens gerept van een Hans en Grietjegevoel bij het zien van deze bekoorlijke drieling.  

Bijschrift:
De mooiste 17e-eeuwse grachtenhuizen in deze werelderfgoedstad zijn de Drie Hendrickjes, Bloemgracht 87, 89 en 91.