Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 645
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 18 februari 2015  

De film over Michiel de Ruyter (1607-1676) die momenteel met veel succes in de bioscopen draait, is voor elke chauvinist en liefhebber van de vaderlandse – lees Amsterdamse - geschiedenis een genot om te aanschouwen. Niet voor niets heeft de chroniqueur van het binnenstadsgebeuren het spektakel al twee keer gezien. Veel opnames zijn gedraaid in het Zeeuwse Zierikzee, behalve natuurlijk de indrukwekkende beelden in de slotscènes. De opperbevelhebber van de Nederlandse vloot krijgt namelijk een staatsbegrafenis en de stoet trekt in 17de-eeuwse stijl over de Dam, richting Nieuwe Kerk. Hij komt in een echt praalgraf te liggen, dat in 1681 door de van oorsprong Vlaamse beeldhouwer, Rombout Verhulst (1624-1698) werd voltooid.
Zo’n megafilm over Nederland in de 17de eeuw kon eigenlijk niet uitblijven. Onder leiding van de Verenigde Oostindische Compagnie ontpopt Amsterdam zich dan tot belangrijkste handelsmetropool ter wereld. Nederlandse koopmannen waren op een groot aantal plekken in de wereld te vinden en dat allemaal dankzij onze band met de zee. Dat het er onderweg niet altijd even zachtzinnig aan toe ging, blijkt uit het feit dat tussen handel en oorlogvoeren niet veel verschil leek te zijn. Bijna elk koopvaardijschip was tot de tanden toe bewapend. Michiel de Ruyter woonde tussen 1655 en 1676 op nummer 131 van wat nu de Prins Hendrikkade heet. Het moet een bedrijvig stukje stad zijn geweest, want op het huidige Marineterrein werden oorlogs- en op Oostenburg handelsschepen gebouwd. Het gebouw dat we nu kennen als het Scheepvaartmuseum was het arsenaal, een soort pakhuis en het werd dan ook wel in de 17de eeuw ‘s Lands Zeemagazijn genoemd. Als hij thuis was, had onze zeeheld dus goed zicht op het va et vient van al die schepen. Een gevelsteen herinnert nog aan de beroemde bewoner. Er zijn vage plannen geweest om van zijn huis een museum te maken, maar het is bij een leuk idee gebleven. Rijks- en Scheepvaartmuseum bezitten genoeg material, dat op hem betrekking heeft. Tot 27 april krijgen zijn levensverhaal en successen in het Scheepvaartmuseum volop aandacht in het groot opgezette programma ‘Held in zicht’. Blijkbaar heeft het land een historisch fenomeen nodig om zich in onzekere tijden aan te kunnen laven. ‘Bestevaer’ of grootvader, zoals hij liefkozend door matrozen werd genoemd, is onmiskenbaar zo’n Hollandse held!  

Bijschrift bij de foto:
Een aanrader eerste klas is de film over het bewogen leven van Michiel de Ruyter (1607-1676). Dat leven werd afgerond met een staatsbegrafenis , zowaar opgenomen ten behoeve van de film op ons nationale plein de Dam.