Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 643
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 4 februari 2015    

Ongegeneerd plassen in de gracht heeft altijd een grote aantrekkingskracht gehad op mannen, maar maakt per jaar redelijk wat slachtoffers. De Noorse jongen die vlak bij zijn hotel te water raakte en verdronk is een recentelijk voorbeeld. Deze klassieke vorm van wildplassen werd eind 19de eeuw ook al niet getolereerd en aangezien mannen staand kunnen plassen was de oplossing snel gevonden: het urinoir of de krul. Tot een paar jaar geleden de plastuit werd uitgevonden moesten vrouwen hun heil nog steeds elders zoeken. Van de krul zijn in de binnenstad van Amsterdam nog 39 exemplaren te vinden. Het ‘pissoir’ is misschien niet zo beeldbepalend als de grachten of grachtenhuizen, maar het hoort wel degelijk bij het Amsterdamse straatbeeld, beschermd door UNESCO als werelderfgoed. We kennen de enkelvoudige en de dubbele krul en de meeste zijn van ijzer. Voor hotel The Grand aan de Oudezijds Voorburgwal staat nog een fraai stenen exemplaar, dat zelfs rijksmonument is. De ijzeren krul is in grachtengroen geschilderd en het eerste ontwerp stamt uit 1880. Aan het begin van de vorige eeuw werd het vernieuwd en voorzien van een ronde kap met beschermschot. Gelukkig worden ze drie keer per dag schoongespoten, want in en rond zo’n krul wemelt het natuurlijk van de bacteriëen. Wildplassen blijft – vooral in het weekend - echter een probleem en daar kunnen ze bij het midden-17de-eeuwse Koninklijk Paleis van meepraten. Door het regelmatig schoonspuiten, vanwege al dat gezeik, ontstonden zoutkristallen die de zandstenen gevel aantasten. Eind vorig jaar is het lelijke hek, dat plassers moest weren, verdwenen. Verlichting moet voorlopig voorkomen, dat er tegen het paleis wordt geplast. Mocht dat niet helpen dan wordt er gedacht aan een urilift, die ’s avonds omhoog komt. Net als overlast van fietsen en vandalisme wordt wildplassen ook als een probleem gezien dat moet worden aangepakt. Eerst verschenen de lelijke plaskruizen, wat later het verzinkbaar openbaar toilet ofwel Urilift. Het doen van een behoefte werd commercieel aangepakt door ‘Totheloo’, dat in 2012 haar eerste toiletwinkel in de Kalverstraat opende. Kortom, er zit ontwikkeling in het plasgebeuren. Op wildplassen staat intussen een fikse boete, maar hoe zit het eigenlijk met de wildplassende hond?  

Bijschrift bij de illustratie: 
Een belangrijk onderdeel van het beschermde stadsgezicht is het fenomeen urinoir. Hier is een Amsterdamse krul afgebeeld in miniatuur.