Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 634
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 26 november 2014  

Het mooiste wat we in oud-Amsterdam aan historische huizen hebben is de collectie dubbele huizen, die meestal aan de hoofdgrachten liggen. De bouwheer van zo’n dubbel huis kocht destijds twee kavels naast elkaar en liet er een min of meer een vierkant pand op bouwen. Deze zijn meestal vijf ramen breed en kennen veelal een grote dubbele stoep in het midden. Deze zogenaamde stadspaleisjes kenden meestal geen achterhuis en dat betekent dat de zogeheten keurtuin aanzienlijk groter werd. Vanaf de gracht is het niet te zien, maar er zijn keurtuinen met een diepte van bijna 40 meter. Het dubbele huis is ontstaan bij de aanleg van het eerste deel van de grachtengordel rond 1613. Er zijn er ongeveer 110 en uit de beginperiode zijn er ongeveer tien bewaard gebleven. Meer dan de helft van de dubbele huizen staat op de Herengracht en de Keizersgracht doet het met 22 stuks niet slecht. Op Herengracht 346 vlakbij de Huidenstraat ligt zo’n imposant vroeg-17de -eeuws dubbel huis. In de 17de eeuw werd hier het weeshuis van de Doopsgezinde Collegianten ‘De Oranje Appel’ gevestigd. De later bekende schrijfster Aagje Deken (1741-1804) was hier als weeskind tussen 1746 en 1767 ondergebracht. Met Betje Wolff (1738-1804) schreef ze later boeken, waaronder de befaamde brievenroman ‘Sara Burgerhart’. De vriendschap tussen de dames werd steeds inniger en vormde eigenlijk de eerste, openlijk lesbische relatie in de Lage Landen. Ze woonden samen in Midden-Beemster en stierven, vlak na elkaar, in 1804. In de prachtige bibliotheek van het museum Betje Wolff bladert de chroniqueur in een boek over leven en werk van beide dames en treft er een fraaie tekening van weeshuis ‘De Oranje Appel’ in aan. Het dubbele huis uit 1615 – een periode dat voornamelijk trapgevels werden gebouwd - is opmerkelijk goed bewaard gebleven en doet tegenwoordig dienst als appartementencomplex. Vriendenstel Jos en Olaf bewoont een appartement van 190 m2 aan de grachtkant met een bijzondere, vooral compacte, indeling. Keuken en badkamer zijn namelijk opgenomen in een Engels rood blok dat grenst aan hun werkkamer, die kan worden omgetoverd tot slaapkamer door het bed simpelweg uit dat blok te trekken. Beide heren hebben ook nog eens de beschikking over een derde deel van de magnifieke keurtuin. Het zou mooi zijn om de geschiedenis van deze circa 110 stadspaleisjes eens onder te brengen in een goed verzorgde publicatie. Helaas heeft de chroniqueur van de stadspaleisjes momenteel eerst wat andere dingen aan zijn hoofd, want zijn verjaardag komt er aan.  

Bijschrift bij de illustratie:
Eén belangrijk vroeg – 17de-eeuws stadspaleisje is Herengracht 346. Het dubbele huis is hier te zien op een tekening in een boek over de twee schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken.