Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 628
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 15 oktober 2014

De schilder George Hendrik Breitner (1857 -1923) kan worden gezien als deel van het DNA van onze stad. Onder grote belangstelling werd vorige week dan ook de tentoonstelling ‘Breitner in Amsterdam’ geopend in het bijna altijd bruisende Stadsarchief. Vreemd genoeg is hij onder Amsterdammers het meest bekend door zijn wat melancholische foto’s uit een vervlogen tijd. In die beelden speelde hij veel met licht, wat de foto’s zo’n speciale sfeer gaf. Terecht is hij altijd geroemd om die betoverende beelden. Terug naar de huidige tentoonstelling, waarvan de kern wordt gevormd door 45 niet-gedateerde schetsboeken uit een totaal van 133 stuks, die van deze chroniqueur zijn bewaard gebleven. Uit de hele collectie schetsboeken zijn in de afgelopen twee jaar maar liefst 117 stuks gedigitaliseerd en beschreven. Daar hebben alle betrokkenen vast een hele klus aan gehad, vooral om de afbeeldingen te lokaliseren en min of meer te dateren. In het boek dat bij de tentoonstelling is verschenen – uitgeverij Thoth, € 24,95 (paperback) of € 32,50 (gebonden) - staan aardige voorbeelden van hoe er soms moest worden gepuzzeld om uit te zoeken waar zijn schetsen waren gemaakt. Zo’n kostbaar kunsthistorisch onderzoek brengt veel over Breitners werkwijze aan het licht en maakt duidelijk dat hij getuige was van een stad in verandering. Breitner was getuige van het Amsterdam rond 1900. Als een echt observator trok hij onopvallend door de stad met het schetsboek onder zijn arm. Hij moet een fascinatie hebben gehad voor de volop aanwezige paarden(trams), het alledaagse gedoe van mensen en de talloze bouwwerkzaamheden. De onderweg gemaakte tekeningen werden later op zijn atelier uitgewerkt op het schilderslinnen. Het is wel duidelijk dat hij zich graag ophield in de oude stad, maar hij toonde ook veel belangstelling voor ontwikkelingen die plaatsvonden aan de randen van de stad. Zijn schilderijen en foto’s plus de schetsboeken zijn daarom unieke tijdsdocumenten. Eerlijk gezegd, zijn er maar weinig schilders van wie praktisch het hele oeuvre kan worden gezien als een ode aan zijn geliefde Amsterdam. Hij vond zichzelf vooral ‘schilder van het volk’, maar de stad figureerde daarbij als zijn belangrijkste model. Van zijn werk op de tentoonstelling in het Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 32 valt nog steeds te genieten.   

Bijschrift bij de illustratie:
Het schilderij ‘Drie schoolmeisjes op de brug bij de Westermarkt’ uit 1895 siert het omslag van de catalogus bij de tentoonstelling ‘Breitner in Amsterdam’.