Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 627
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 8 oktober 2014  

‘Bijna niets is wat het lijkt’, is zo’n uitdrukking die een aantal mensen misschien kent en zo nu en dan een overpeinzing waard is. Op het bureau van de chroniqueur van oud-Amsterdam staat bijvoorbeeld een exemplaar van het bekende blik Jodenkoeken van de firma Davelaar, sinds 1883. Er zijn al heel wat enthousiastelingen geweest die er spontaan zo’n lekkere koek uit wilden pakken, maar er zitten gewoon pennen en potloden in. Dit is nou een voorbeeld van bijna niets is wat het lijkt. Hetzelfde gaat op voor het koekblik op de foto, ooit geproduceerd door het merk Patria. Op het blik staat een tekening van de Westerkerk met zijn Westertoren. Vermoedelijk is de tekening ergens in de jaren vijftig gemaakt voor deze koekjesfabrikant, die destijds wel vaker Amsterdamse straatbeelden op de blikken met allerhande koekjes afbeeldde. Het exemplaar veranderde onlangs van eigenaar toen de chroniqueur – zelf een verwoed verzamelaar van parafernalia aangaande Amsterdam – het voor vijf euro kocht op de Puur Buiten Beurs. Deze beurs werd gehouden bij paviljoen Puur, een opvallend hedendaags gebouw dat ligt binnen de wallen van fort Diemerdam, één van de stellingen van Amsterdam. Thuisgekomen bleek het koekblik uitstekend geschikt om exemplaren van Stadsblad De Echo in op te bergen. Keurig, één slag gevouwen past de huis-aan-huiskrant prima in het ‘vintage’ koekblik. Geen koektrommel gevuld met koekjes dus, maar handig hergebruikt als opslag en transportmiddel van deze veelgelezen krant. Het zijn simpele voorbeelden van ‘bijna niets is wat het lijkt’. Bovendien is de uitdrukking ook wel een beetje van toepassing op ondergetekende zelf. Na het verschijnen van deze krant op woensdag namelijk, verandert hij in een soort krantenjongen die exemplaren afgeeft bij wie de krant niet in de bus krijgt en toch graag wil lezen. Het koekblik met de fraaie Westertoren past ook nog eens goed in de collectie parafernalia van de chroniqueur, die bijna alles koopt wat betrekking heeft op oud-Amsterdam. Het is een groeiende verzameling objecten, die ooit voor een ander doel gemaakt zijn en nu hun dagen slijten in dit persoonlijke mini-Amsterdam Museum. Zo verandert bijna alles in het leven – mensen, dingen en huizen – wel vaker van waar het ooit voor was bestemd. Bijna niets is wat het lijkt, toch?   

Bijschrift bij de foto: De chroniqueur is een warm voorstander van het hergebruik van spullen en historische huizen. Een koekblik uit de jaren vijftig wordt nu gebruikt om de huis-aan-huiskrant uit te delen.