Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 626
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 1 oktober 2014

Niet zo lang geleden werd de Kalverstraat korte tijd gesloten, omdat er zich teveel mensen in de winkelstraat bevonden. Er zijn inderdaad van die plekken in de binnenstad die op zomerse dagen dreigen dicht te slibben, zoals de Damstraat en de Langebrugsteeg. Toch geeft de gemeente op jaarbasis nog steeds 8,9 miljoen euro uit aan zogeheten ‘citymarketing’, ofwel promotie van de stad. Natuurlijk wordt dat bedrag niet uitsluitend besteed aan het binnenhalen van meer toeristen, maar om het aantal bezoekers aan de monumentale binnenstad niet nog meer te laten groeien, kan van het budget vast wel wat af - het hoeft er niet nog voller te worden. Positief is dan weer wel dat het de middenstand in het centrum aardig voor de wind gaat en leegstand bijna niet voorkomt. Het bijzondere monumentenpandje aan de Oude Hoogstraat 22 heeft wel een tijdje leeggestaan, maar kreeg onlangs een nieuwe bestemming. Gelegen naast het fraaie poortje uit 1616 van de Waalse Kerk is het piepkleine huisje van 2,02 meter breed, 5 meter diep en 8,05 meter hoog nauwelijks breder dan de voordeur. Samen met Prinsengracht 1047 en Kloveniersburgwal 26 behoort het tot de kleinste huisjes van de stad. Het minihuisje – goed te zien op de afgebeelde gravure van Reinier Vinkeles (1741-1816) - heeft een eenvoudige klokgevel met een zogenaamde rollagentop. Over de oorsprong van dit soort kleine pandjes is in de literatuur helaas weinig bekend en dat is jammer, want waarom iets bouwen waar je je kont nauwelijks kunt keren? Over Kloveniersburgwal 26 – bekend als het ‘Kleine Trippenhuis’ en 2,44 meter breed – gaat dan tenminste nog het verzonnen verhaal dat de koetsier zou hebben gezegd al blij te zijn met een huis zo breed als de voordeur van zijn meester, één van de gebroeders Trip wonende in het ‘Grote Trippenhuis’ uit 1662, Kloveniersburgwal 29. Intussen verkoopt Niels Bouwman (39), de huidige huurder van Oude Hoogstraat 22, onder de toepasselijke naam ‘Het kleinste huis van Amsterdam’, hier exotische theeën, keramiek en specialiteiten van Hollandse bodem. Op de eerste verdieping hoopt de jonge ondernemer op lange termijn een theeschenkerij te openen. Voor te dikke mensen is het pandje misschien minder geschikt en bij drukte in de winkel is de kreet ‘vol is vol’ hier tenminste letterlijk van toepassing.  

Bijschrift bij de illustratie:
Amsterdam heeft een unieke collectie kleine, historische huisjes. Een mooi voorbeeld hiervan is Oude Hoogstraat 22 een pandje uit 1738. Sinds 15 juni 2014 is hier een winkel gevestigd, waar allerlei soorten thee worden verkocht (historische gravure van Reinier Vinkeles)