Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 615
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 25 juni 2014

Dat er aan de ‘achterkant van Amsterdam’ ook het één en ander te beleven valt, klinkt misschien vreemd, maar neem als voorbeeld de keurtuinen, geregeld door een keur (= wet) van 19 november 1615. Deze pareltjes vormen een bijzonder onderdeel van het beschermde stadsgezicht en worden voornamelijk achter de huizen van de Heren- en Keizersgracht aangetroffen. Een aaneengesloten verzameling keurtuinen heet een keurblok, waarvan oud- Amsterdam er 27 telt. Hoewel aan het zicht onttrokken, bevatten ze vaak eeuwenoude bomen, fraaie rozenpoorten of een grote variatie aan planten en struiken. De chroniqueur kent geen enkele andere stad in de wereld, waar dit fenomeen van beschermde tuinen voorkomt. Sterker nog de dikke van Dale heeft het woord zelfs niet opgenomen. Op monumentengebied zijn we in Amsterdam op de goede weg, maar wat betreft aantasting van keurtuinen valt er nog wel wat te verbeteren. Al behoort de chroniqueur tot de rekkelijken in monumentenland, aan de keurtuinen mag van de preciezen niet worden gemorreld. Om belangstellenden een blik te gunnen op die fraaie ‘achterkant’ zijn er jaarlijks de Open Tuinendagen. Op vrijdag 20, zaterdag 21 en zondag 22 juni was het weer zover. Het thema was dit jaar ‘Nut en Vermaak’. De organisatie stelde dat de tuinen destijds een ‘nuttige’ invulling kregen met moes- en kruidentuinen. Maar daarover is in de literatuur eigenlijk erg weinig bekend. Laat de bezoeker niet denken dat de oorspronkelijke bewoners van grachtenhuizen gezellig in de tuin aan het werk waren, want daar was het personeel voor. Bovendien was het de pruikentijd met veel poeder en buiten zitten, laat staan van de zon genieten was ‘pas d’usage’, op z’n Frans gezegd. Net als het grachtenhuis was de keurtuin er om mee te pronken en werd zelfs ‘buitenzaal’ genoemd.
Keurtuinen zijn afgesloten van het straatgebeuren en dus was het openstellen ervan erg aantrekkelijk. Afgelopen weekend kregen velen weer de gelegenheid en op zondag 22 juni maakten de chroniqueur met belangstellenden tussen 11.00 en 13.00 uur een wandeling langs een aantal opengestelde keurtuinen, waarbij ook veel werd verteld over de grachtenhuizen zelf. Bovendien staat op woensdagmiddag 25 juni tussen 14 en 16 uur een wandeling door de Negen Straatjes op het programma. Prijs 10 euro, opgave bij Hans Tulleners, telefonisch: 020-6222213 of per e-mail: hans tulleners@zonnet.nl.

Bijschrift bij de illustratie:
Zonder enige twijfel is de keurtuin van Herengracht 605 de mooiste van de oude stad. Museum Willet-Holthuysen, gevestigd daar ging in 1895 open en de keurtuin is een geslaagde reconstructie uit 1972 en kostte ooit ƒ250.000.