Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 611
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 28 mei 2014  

Een belangrijk motto van de chroniqueur van de oude stad is: ga niet op vakantie, maar maak van het leven één grote vakantie. Dat is helaas voor hem niet altijd mogelijk, maar er zijn dagen dat het erop begint te lijken. Onlangs was de chroniqueur op zoek naar het grote timpaan, dat ooit onderdeel was van een gebouw op de Botermarkt, het huidige Rembrandtplein. Het timpaan blijkt nu te zijn geplaatst in het deel van de tuin, dat grenst aan de rechterflank van het Rijksmuseum, aan de kant van de Jan Luijkenstraat. Het bezoek aan deze fraaie en gratis toegankelijke ‘groene buitenzaal’ werd een onverwacht genoegen. Het betreffende timpaan is een natuurstenen reliëf met het huidige stadswapen van Amsterdam met de drie andreaskruisen en de keizerskroon. Het is gemaakt door beeldhouwer Hendrick Rusius (1624-1679) en is onlangs tegen de wand van het Rijksmuseum van architect Pierre Cuypers (1827-1921) opgesteld. Verder wandelend tussen het groen is iets verderop een berceau, een loofgang, gemaakt. Met behulp van een stalen constructie kan beplanting in een boog over een pad groeien. Lekker tegen de zon en bovendien een ideale plek voor een pantoffelparade! De vleugelnoot aan het eind van deze gang is in 1907 nog geplant volgens aanwijzingen van de architect en valt tegenwoordig onder ‘bomenzorg’. Voor het vervolg van de prachtige tuin moet de bezoeker achterlangs naar de linkerflank van het museumgebouw, waar een fontein met de naam ‘Hide and Seek’ het geheel verlevendigt.  Vooral op een zonnige dag heeft kunstenaar Jeppe Heins ervoor gezorgd dat zowel kinderen als volwassenen zich er kostelijk kunnen amuseren! Voor de inwendige mens kan eenieder terecht bij het Tuinhuis. Dit monumentale gebouwtje met zandstenen gevel is van de hand van beeldhouwer, stukadoor en houtsnijder Ignatius van Logteren(1685-1732) en stond achter Keizersgracht 585. Het ‘speelhuisje’ is het enige gedateerde exemplaar in de stad. Op de zonnewijzer staat het jaartal 1731. In 1919 werd het gedemonteerd voor de aanleg van de Vijzelstraat en vrijwel direct aangekocht door het Rijksmuseum voor ƒ1.250. In 1920 werd het opgebouwd – alleen de gevel is nog origineel - in de tuin van het museum. De aanblik van dit minibouwwerk was voldoende om in vakantiestemming te raken en vooral te blijven. De chroniqueur van de oude stad (64 jaar) heeft zich voorgenomen voortaan binnen de Singelgracht vakantie te vieren!  

Bijschrift bij de foto:
Na de transformatie van een historisch tuinhuis uit 1731 tot etablissement en na de aanleg van hedendaagse bedriegertjes is in de gratis toegankelijke tuin een soort paradijs ontstaan vooral voor kinderen.