Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 596
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo 29 januari 2014   

Van de Oosterdokskade is het nog een eind fietsen naar de Van Baerlestraat. Na een bezoek aan de nieuwe huisvesting van het conservatorium besloot de chroniqueur ook eens een kijkje te nemen in het gebouw waar deze opleiding tot 2008 was gehuisvest. Dit monumentale pand op de hoek van de Paulus Potterstraat en Van Baerlestraat was tot 1978 in gebruik geweest als directiekantoor van de Rijkspostspaarbank, waarna het destijds zo geheten Sweelinck Conservatorium er zijn intrek in nam. Toen het voor de muziekopleiding te klein werd en zij verkaste naar de Oosterdokskade, werd het aangekocht door een Israëlische investeerder. Het plan was om van dit rijksmonument, dat stamt uit 1902, een luxe hotel te maken. Na het gebruikelijke en vooral lange vergunningentraject kon het worden omgetoverd tot een vijfsterrenhotel. Hoewel het karakter van het gebouw behouden moest blijven, zijn er toch flink wat vierkante meters aan het bestaande volume toegevoegd. Op de binnenplaats is een glazen kubus gebouwd met zicht op de verschillende verdiepingen en dat vormt een mooi geheel van oude en nieuwe architectuur. In het gebouw zelf werden net als in het Rijksmuseum oude terrazzovloeren en monumentale wandtegels gerestaureerd en verder heeft de Italiaanse architect Piero Lossini er een sfeervol geheel van gemaakt. Naar zoiets als een bibliotheek is het hier moeizaam zoeken. In de lounge annex brasserie werden welgeteld 63 boeken aangetroffen, waaronder slechts één over Amsterdam! Vooruit, deze plek – met ramen van vloer tot plafond – is vooral geschikt om iets te eten of te drinken, wat te keuvelen of een beetje weg te dromen. Bovendien zijn we hier in oud-Zuid, waar we zo nu en dan een verdwaalde BN-er kunnen bewonderen. Niet alleen de afstand, ook het contrast tussen de nieuwbouw van het dynamische Oosterdokseiland en het sjieke oud-Zuid is behoorlijk groot. Er wordt nogal eens geklaagd over het gebrek aan service in de Amsterdamse horeca, maar de laatste jaren worden duidelijk pogingen gedaan om dat beeld te veranderen. Als een portier de deur naar de ingang van het Conservatorium Hotel voor de bezoeker openhoudt, waan je je even niet in Amsterdam.   

Bijschrift bij de foto: 
De portier bij de ingang van de brasserie in het Conservatorium Hotel aan de Van Baerlestraat houdt graag de deur voor u open.