Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 593
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo 8 januari 2014

Een populaire stadswandeling uit het repertoire van de chroniqueur gaat langs historische cafés. Da’s niet zo vreemd, want veel van deze, in de loop der eeuwen, nooit veranderde interieurs spreken tot de verbeelding. Sommige cafés hebben een geschiedenis die teruggaat tot de 17de eeuw. Café Karpershoek (1606) aan de Martelaarsgracht voert de lijst met de oudste kroegen aan en dat is te vinden in het vrij recent uitgekomen ‘Ontdek de bieren van Amsterdam’, uitgegeven bij Sloterkade en samengesteld door Pim van Schaik en Kees Volkers. Aanleiding voor het schrijven van deze rijk geillustreerde uitgave is de huidige toename van kleine, ambachtelijke brouwerijen en de aanwas van proeflokalen. Was Amsterdam eeuwenlang koploper in ons land op het gebied van biernijverheid, met sluiting van de brouwerij van Heineken aan de Stadhouderskade in 1988, was daar niets meer van over. Gelukkig is er opnieuw leven in de brouwerij! Ambachtelijke bierbrouwers en zogenaamde huurbrouwers – zij maken gebruik van de ketels van een brouwerij met overcapaciteit – hebben de diversiteit van het aanbod de afgelopen jaren verbreed. Maar liefst zes brouwers en acht huurbrouwers werden in 2013 geteld. Zo schetsen de auteurs een levendig beeld van dit oude ambacht en de biercultuur in onze stad. In het boek zijn bovendien zes wandelingen opgenomen, die ons door het rijke landschap van Amsterdamse biercafés en proeflokalen voert – als een toerist in eigen stad. Daarvan kunnen 40 cafés als historisch worden aangemerkt en ook die zijn allemaal in deze dorstigmakende uitgave vermeld. Wat helaas niet ter sprake komt is het feit dat het voor uitbaters van de traditionele dranklokalen lang niet eenvoudig is om het hoofd boven water te houden. Cafés zijn soms zomaar een tijd gesloten of helemaal verdwenen, zoals destijds café Voskuil aan de Haarlemmerstraat. Het maakt deze ‘rondgang door Amsterdam en zijn biercultuur’ er niet minder boeiend door. Het is vlot geschreven en u leest ook nog over Amsterdamse bierfestivals, de kopstoot, thuisbrouwers én – dit is maar een kleine greep  - waar de naam van café ‘t Papeneiland vandaan komt. Weet u het antwoord? Neemt de chroniqueur nog een biertje om te proosten op het nieuwe jaar!

Bijschrift bij de foto: Amsterdam telt nog ongeveer 40 historische cafés met een belangrijk interieur. Hier is afgebeeld café Hoppe, Spui 18 (foto: Pim van Schaik).