Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 577
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 11 september 2013    

Op één van die, vermoedelijk laatste, zomerse dagen was een klein gezelschap present bij de onthulling van een eind-18de- eeuwse gevellantaarn op Amstel 95. Het fraaie monumentenhuis uit 1735 mag na deze ‘aanheling’ weer compleet genoemd worden. Aanleiding tot de actie was de vondst van Theo Rouwhorst – meer dan 40 jaar werkzaam geweest bij het Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg – in een kringloopwinkel in Castricum, zijn woonplaats. Tot zijn verbazing trof hij aan daar het karkas van een gevellantaarn in een monumentale uitvoering. De arm ontbrak echter en er waren nog slechts restjes paars glas te ontwaren. Als kenner aarzelde hij niet en kocht het in slechte staat verkerende Amsterdamse exemplaar voor het luttele bedrag van €10. Rouwhorst benaderde Stadsherstel Amsterdam N.V. voor hulp bij de restauratie en het zoeken naar een geschikte plek om de lantaarn weer te kunnen ophangen. De Vereniging Vrienden van Stadsherstel Amsterdam financierde het herstel en dat maakte het mogelijk dat Rouwhorst de firma van Nood, gespecialiseerd in openbare verlichting, benaderde voor de aanschaf van een armatuur. Theo Rouwhorst beweert dat de gevellantaarn komt van Herengracht 438, waar destijds de Hollandsche Bank Unie was gevestigd. Na een flinke verbouwing in 1920, zou de lantaarn overbodig zijn geworden om, na ongetwijfeld veel omzwervingen, uiteindelijk bij de kringloopwinkel te belanden. Bewijs van zijn ‘gelijk’ vond hij in het boek van Caspar Philips met geveltekeningen uit ± 1770 van Keizers- en Herengracht. In deze uitgave zou exact dezelfde lantaarn, volgens Rouwhorst, staan afgebeeld op bovengenoemd adres. Lastig om zoiets alleen vanaf een tekening te kunnen vaststellen, maar vooruit. Tien jaar na zijn unieke vondst is de lantaarn wel op de correcte manier bevestigd! Dat wil zeggen met de onderzijde op circa drie meter boven de straat op het middelste gedeelte van de buitenmuur, penant genaamd. En zo stond het kleine gezelschap van liefhebbers te genieten van dit bijzondere feit. Een gevellantaarn - topstuk in zijn soort - die anders waarschijnlijk was geëindigd bij het oud ijzer, maar nu weer mag schitteren aan de Amstel. Wat is er nou leuker dan de stad op deze manier aan te helen en historisch gezien weer compleet te maken?

Bijschrift bij de foto:
Sinds kort heeft dankzij een echte liefhebber van oud-Amsterdam Amstel 95 – vlakbij de Magere Brug – een laat-18e-eeuwse gevellantaarn gekregen.