Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 576
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 4 september 2013  

Net als de Bergstraat in een eerdere aflevering, is voor veel Amsterdammers de Oudebrugsteeg vrij onbekend. Het steegje loopt van Warmoesstraat naar Nieuwendijk en loopt langs de Beurs van Berlage. De lezer begrijpt dat zo’n steeg vlakbij de rosse buurt - zeker met het fraaie zomerweer – veel volk trekt. Soms kun je dan ook over de hoofden lopen. Ooit leidde de steeg naar de oudste brug van de stad, die begin 14de eeuw over het Damrak werd gelegd als verbinding tussen de oude en nieuwe zijde. In de 16de eeuw was er nog sprake van een weids uitzicht over het Damrak, waar handelsschepen aanlegden. Dat is verdwenen toen het gedeelte van de Amstel werd gedempt voor de aanleg van de Beurs van Berlage in 1903. De functie van de brug verviel eveneens. De Oudebrugsteeg is niet echt een monumentale steeg, maar op nummer 7 en de hoek met de Beursstraat staat wel een belangrijk, historisch gebouw, het Accijnshuis. In dit ‘stads-excijnshuis’ werden accijnzen betaald voor producten die werden binnengebracht door de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Er werden invoerrechten geheven op granen, bier, wijn, turf en kolen. Het was het domein van ‘handelaren, smokkelaars en leuningbijters’. De beroemde rechercheur Baantjer had er zijn handen aan vol gehad! Het gebouwtje met Ionische pilasters dateert uit 1638 en is gebouwd naar een ontwerp van bouwmeester Jacob van Campen (1595-1657). Hij was ook bouwmeester van het oude raadhuis op de Dam, de Coeymanshuizen uit 1625 op Keizersgracht 177, het Spinhuis op Oudezijds Achterburgwal 185 en het poortje uit 1638 van de stadsschouwburg op Keizersgracht 384. Aan de kant van de Oudebrugsteeg kent het gebouw twee poortjes met twee leeuwen, die elk het oude en nieuwe stadswapen dragen. Kan het Amsterdamser? De Fransen veranderden rond 1800 het belastingstelsel en het accijnshuis verloor zijn taak. Er volgde een tweede leven als tapperij en slijterij. Vanaf 1924 was café Het Wapen van Amsterdam in dit juweeltje gevestigd, waar ook een schippersbeurs haar thuis had. Toen de bevrachter vertrok, sloot het café. In 1997 trok café Heffer in het pand. Nu zijn naam toch is gevallen: op Warmoesstraat 66 is het Baantjermuseum gevestigd!  

Bijschrift bij de foto:
Op de hoek met de Beursstraat staat op Oudebrugsteeg 7 het beroemde, historische Accijnshuis.