Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 565
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 19 juni 2013

Waarom spreken hofjes zo tot de verbeelding? Deze enclaves van rust ogen idyllisch en de kleine leefgemeenschap wordt door de onbevangen bezoeker inderdaad al snel als romantisch ervaren. In de begintijd van de hofjes was het allemaal minder poëtisch en vooral praktisch, want rijken steunden de armen. In het stichten van hofjes vonden ze een nuttige besteding van hun nalatenschap en hoopten stiekem op een plekje in de hemel. Hofjes waren er alleen voor vrouwen - meestal weduwen - van ‘onbesproken gedrag’. Ze woonden er gratis, deugdzaamheid was wel de belangrijkste leefregel en kerkbezoek een voorwaarde. Zo ging het ook in het Protestantse Raepenhofje aan de Palmgracht 28-38, gelegen naast het Bosschehofje dat weer was bestemd voor Doopsgezinde dames. Een hoge schutting scheidde de twee verschillende geloven van elkaar. Het Raepenhofje werd direct na het uitgeven van de grond in 1648 gesticht door Pieter Adriaanszoon Raep, met geld uit de erfenis van zijn vader. Behalve een raap, staan de initialen van de stichter op de sluitsteen nog steeds boven de poort. In het reglement staan afspraken over het ophangen van de was, het verbod om matten te kloppen op het terrein zelf en over de omgang tussen de bewoonsters. Niet voor niets lezen we in het voorportaal: ‘Salig syn de Vreedsame, want sy sullen Godts kinderen genaamt worden’. Destijds bestond het hofje uit twaalf woninkjes. Tegenwoordig zijn het er acht, waarvan de linkerbenedenwoning van het hoofdgebouw in 1905 is omgevormd tot regentenkamer. Deze ruimte doet erg denken aan de zaal in museum Ons’ Lieve Heer op Solder en is er zelfs een verkleinde versie van. De modere tijd deed in 1957 haar intrede, toen keukentjes en toiletten – tot dan op het erf te vinden – met behulp van een subsidie werden aangebracht. Er zijn nog zo’n 200 hofjes in ons land, waarvan 47 in Amsterdam. Op zaterdag 22 juni maakt Hans Tulleners een wandeling langs een aantal hofjes in de Jordaan. Er wordt gestart op de Westermarkt, prijs 1o euro. Opgave telefonisch, 020-6222213 of via e-mail, hanstulleners@zonnet.nl. Veel regels zijn er tegenwoordig niet meer, behalve dat de bewoners zorg dragen voor de leefbaarheid op het hof. Ze moeten echter verhuizen, zodra ze willen samenwonen. Het kan haast niet anders of we komen tijdens deze rondleiding dames van onbesproken gedrag tegen!

Bijschrift bij de foto: Eén van de intiemste hofjes in de oude stad is het Raepenhofje uit 1648 aan de Palmgracht 28-38.