Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 561
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 22 mei 2013

Het Bijbels Museum – ontmoetingsplaats van bijbel, kunst en cultuur – is sinds 1975 gevestigd in twee monumentale huizen op Herengracht 366-368. Samen met twee andere huizen werden deze prachtige halsgevels in opdracht van Jacob Cromhout (1608-1669) gebouwd tussen 1660 en 1662, naar een ontwerp van Philips Vingboons. Van haar trouwe achterban kreeg het museum destijds opdracht om zondige Amsterdammers te verleiden zich te verdiepen in de geschiedenis van de bijbel. De chroniqueur was dan ook verrast te zien dat er, met de komst van een nieuwe directeur, een andere wind waait. Naast het bijbelse verhaal ligt sinds kort ook het accent op de Cromhouthuizen zelf. Voor dit doel zijn reeds drie stijlkamers grotendeels ingericht. In de achterkamer van het voorhuis van Herengracht 366 zien we portretten van de familie Cromhout en de beroemde schilder Jacob de Wit (1695-1754), van wie een plafondschildering is te bewonderen in dezelfde kamer, die ooit op Herengracht 440 was te vinden. Verder staan er wat stoelen en een goed gevuld rariteitenkabinet. De grote zaal in het achterhuis – met bewaard gebleven plafondschilderingen uit 1718 van alweer Jacob de Wit -  toont langs de wanden een grote collectie schilderijen. Nog meer portretten treffen we aan in een aangrenzende kamer waar ook een fraaie 17de eeuwse kast is neergezet. Veel van de aankleding komt uit de samenwerking met het Amsterdam Museum, dat – met een collectie van 85.000 objecten in de opslag – de geschiedenis van deze huizen prima kan aanvullen en zo, onderdelen van haar enorme collectie, aan  het publiek kan tonen. Als het financieel haalbaar is, worden in de toekomst meer ruimtes op vergelijkbare wijze ingericht. Het Bijbels Museum zelf wordt compacter en zal zich op de bovenverdiepingen terugtrekken. Het aardige van deze ontwikkeling is – we zagen het ook al bij Ons’ Lieve Heer op Solder – dat met deze aanpak, de sfeer van toen, het zeventiende-eeuwse familieleven, beter kan worden beleefd. Bovendien zijn deze panden nooit gebouwd om puur als museum te dienen. Op zich zijn ze al museaal genoeg. Er lijkt zo inderdaad sprake van een verdere musealisering – die mix van authenticiteit en sfeer – van oud-Amsterdam. De verschillende ruimtes kunnen ook nog eens worden gehuurd voor ontvangsten en diners. Het zal toch niet zo zijn dat de gasten zich binnenkort in een koets laten voorrijden?

Bijschrift bij de foto: De vier halsgevels van Herengracht 364-366-368 en 370 dateren uit 1660-1662. In de wandelgangen worden deze monumentale huizen wel vader en moeder en twee kinderen genoemd. In de middelste twee bevindt zich het vernieuwende Bijbels Museum.