Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 558
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 1 mei 2013

Het is haast niet voor te stellen, maar Amsterdam heeft een tijd gekend dat het belijden van het katholieke geloof verboden was door de toenmalige protestantse overheid. De stad heeft er wel een heuse schuilkerk aan overgehouden, die alweer lange tijd dienst doet als het museum Ons’ Lieve Heer op Solder. In 1887 aangekocht voor ƒ 6.000 en in 1888 als museum – na het Rijksmuseum het oudste van de stad - geopend om het katholieke erfgoed veilig te stellen. Belangrijkste onderdeel is het monumentale pand aan de Oudezijds Voorburgwal 40, gebouwd voor de katholieke, welgestelde koopman Jan Hartman. Samen met twee kleinere huisjes in de Heintje Hoekssteeg gebouwd werd het opgetrokken tussen 1661 en 1663. Bovenin deze huizen – die met elkaar verbonden zijn – liet hij in dezelfde bouwperiode een zolderkerk aanleggen.
Na een restauratie van drie jaar - kosten 1,7 miljoen euro – werd afgelopen woensdag 24 april gevierd dat Ons’ Lieve Heer op Solder 125 jaar bestaat. Dat het streven naar authenticiteit ook is doorgedrongen tot de museumwereld, was al te zien bij de heropening van het Rijksmuseum. Bij de restauratie van het oude gebouw met de schuilkerk of zolderkerk is men ook zo historisch mogelijk te werk gegaan. De originele verlichting is bijvoorbeeld gereconstrueerd en al het houtwerk is – na uitgebreid kleuronderzoek – in zogeheten dodekop paars geschilderd, een kleur die in de 17de en 18de eeuw veel werd gebruikt. Het aantreffen van spijkergaatjes in de vloer en de vondst van een aankoopbon heeft ervoor gezorgd dat de biezen matten die er oorspronkelijk hebben gelegen in het museum zijn teruggekeerd. Het werd één van de laatste onderdelen van de restauratie; er was nog slechts één engels bedrijf te vinden dat ze kon maken. De bezoeker kan nu ervaren hoe het er in die tijd moet hebben uitgezien en dat is heel wat waard!
Het buurpand Oudezijds Voorburgwal 38 aan de andere kant van de steeg is aangekocht en wordt – met behulp van een onderdoorgang - deel van het museum. Na de verbouwing van dat pand worden er tentoonstellingen ingericht en – ook heel belangrijk – ruimte gemaakt voor ‘jassen, tassen en plassen’. Diepgelovig ‘ter kerke’ gaan doet men hier niet vaak meer maar, even stilletjes op een kerkbankje gezeten, is de sfeer van toen nog goed te proeven.