Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 556
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 17 april 2013  

Het Rijksmuseum is afgelopen zaterdag heropend. Zou er nog één Amsterdammer zijn die niet weet dat het magnifieke gebouw van Pierre Cuypers er weer bij staat, zoals het op 14 juli 1885 werd geopend? Uit de collectie van 1,1 miljoen objecten kunnen er in de 80 zalen van het vernieuwde museum, slechts 8000(!) worden tentoongesteld. Hopelijk wordt de bezoeker in de toekomst dan ook vaak verrast met wisselende tentoonstellingen!
De chroniqueur wil de komende tijd graag een aantal Amsterdamse zaken uit de collectie de revue laten passeren. Zo zijn er twee stijlkamers ingebracht, afkomstig uit de collectie van het Stedelijk Museum, die in 1970 zijn gedemonteerd en werden opgeslagen in kratten. De foto toont degene, die oorspronkelijk afkomstig was uit Keizersgracht 187, een pand dat in 1896 werd gesloopt voor de aanleg van de Raadhuisstraat. Gelukkig waren er toen een aantal heldere geesten, die inzagen dat een interieur als dit, cultuurhistorisch, van grote betekenis was. Het heeft bijzonder fraaie betimmeringen van massief Cubaans mahoniehout in Lodewijk XV-stijl, uit de periode 1745-1748, aangekocht door bouwheer Mathijs Beuning.
Nu, opgepoetst en wel staat deze stijlkamer met veel mahonie, ook wel ‘Beuningkamer’ genoemd, opgesteld in zaal 1.6. We zien de prachtige dubbele deur, lambriseringen en ook nog eens vier hoekkasten. De elegante marmeren schouw – centraal in de ruimte - springt direct in het oog. Ze bestaat uit een marmeren gedeelte, uitgevoerd in het Belgische marmer Rouge Royal. De mahoniehouten boezem – werkelijk een topprestatie van een onbekende beeldsnijder - heeft een geschilderd schoorsteenstuk dat ‘De Doop van de Kamerling’ voorstelt, gemaakt door Jacob de Wit in 1748. Het prachtig geornamenteerde stucplafond is authentiek en destijds in stukken uit het pand gehaald. Een kooflijst – een ornament tussen muur en plafond, waardoor de hoek van 900 werd verborgen – maakt de stijlkamer af. En af is het! Deze kamer is zonder enige twijfel één van de vele hoogtepunten van het Rijksmuseum. De wijze van tentoonstellen heeft in het vernieuwde museum veel aandacht gekregen. Waar het Rijks voorheen soms wat grauw en vol leek, ademt het nu een rust en ruimte uit, die weldadig aandoet. Het heeft wat gekost en het duurde wat lang, maar een beetje trots mogen we toch wel zijn op zo’n prachtmuseum. Vanaf een wolk zagen we bouwmeester Cuypers ook tevreden knikken.

Bijschrift bij de foto: Op zaterdag 13 april 2013 werd het Rijksmuseum heropend. Eén van de hoogtepunten is een ingebrachte stijlkamer uit 1745 - 1748 in Lodewijk XV - stijl.