Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 545
Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 23 januari 2013

Aanhelen - het compleet maken of reconstrueren van objecten in de oude stad – is een regelmatig voorkomend onderwerp in deze column. Een recent voorbeeld is de onthulling van twee gereconstrueerde lantaarns aan het Compagnietheater aan Kloveniersburgwal 50. Dit voormalige kerkgebouw –zonder toren en klok, want dat stond de overheid in die tijd niet toe – is destijds getekend door stadsbouwmeester Abraham van der Hart (1747-1820) en gebouwd in 1793. Het jaartal is terug te vinden in het grote fronton bovenaan de gevel, samen met het beeldhouwwerk van Anthony Ziesenis (1731-1801). De eerste steenlegging van het driebeukige gebouw vond plaats op 5 juli 1792, het werd op 1 september 1793 in gebruik genomen door de Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk, die er tot 1956 was gehuisvest. Vervolgens was het in gebruik als archief van de Nederlandsche Bank en na een periode van leegstand krijgt het pand in 1995 een nieuwe bestemming en wordt omgebouwd tot theater. Terug naar de gevellantaarns. Op de bewaarde bouwtekeningen en oude foto’s zijn links en rechts van de twee ingangen - in totaal - vier lantaarns te zien. Wat direct opvalt is dat ze aanzienlijk groter zijn dan de gebruikelijke Jan van der Heydenlantaarns elders in de stad. Zowel de lantaarn als de arm zijn anderhalve meter en kwamen oorspronkelijk uit Italië. Bestemd om de gevel te verlichten doen ze tegelijk dienst als straatlantaarn. Toen een medewerker van het theater op de binnenplaats vier originele muurarmen plus een gehavende lantaarn waarschijnlijk uit 1793 aantrof, kon het ‘aanhelen’ beginnen. Het in slechte staat verkerende exemplaar werd opgeknapt en Neil Kesper van bouw- en tekenburo Lines maakte werktekeningen aan de hand waarvan nog eens drie replica’s werden gemaakt door het ambachtelijke bedrijfje met de toepasselijke naam ‘Lampen van Toen’. Tijdens een feestelijke nieuwjaarsborrel en tevens opening van ‘400 jaar grachtengordel’ op 12 januari jl. werden de eerste twee exemplaren onthuld. In grachtengroen geschilderd met een rode binnenkant en vergulde pinakels hangen ze nu aan de gevel. De nog ontbrekende twee lantaarns volgen binnenkort. Regelmatig wordt in de oude stad op heel subtiele manier deze vorm van monumentenzorg toegepast en door voorbijgangers vaak nauwelijks gezien. Zijn restauraties van deze bescheiden omvang eigenlijk niet het meest geslaagd?

Bijschrift bij de foto: Vrij recent zijn bij één van de twee ingangen van het Compagnietheater, Kloveniersburgwal 50, replica’s opgehangen van gevellantaarns, oorspronkelijk waarschijnlijk uit 1793.