Voor Stadsblad de Echo schreef Hans meer dan 10 jaar een wekelijkse column met als titel 'Amsterdam omsingeld'. Belangrijk voor een monumentenkenner als Hans is dat de feiten kloppen en dus werd het stuk altijd grondig herlezen voor het naar de redactie ging. Er zitten er een aantal tussen waar hij trots op is, zoals het stuk over het terugvinden van een marmeren fontein, die was verdwenen uit een huis aan het Singel. Het fonteintje bleek te zijn gekocht door een nietsvermoedende restaurateur. Na een oproep in ‘Amsterdam omsingeld’ kon het weer op zijn oorspronkelijke plek worden opgehangen. De samenwerking met Stadsblad de Echo werd helaas gestopt, maar een groot deel van de columns is hier terug te lezen. Eind 2017 is Hans gevraagd om een bijdrage te leveren aan de Binnenkrant. Deze wijkkrant verschijnt vier maal per jaar en zijn column is getiteld ‘Thuis in d’Oude Stadt’.

Amsterdam omsingeld 528

Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 26 september 2012

Amsterdammers houden van hun historische stad en iedereen is zich wel bewust van het feit dat eenieder er zorgvuldig – in deze column wordt daar vaak op gewezen - mee om moet gaan. Dat het ook een belangrijk visitekaartje is voor de stad, mag zeker niet uit het oog worden verloren. Natuurlijk zijn er altijd verbeteringen mogelijk - een wenslijstje? Er zouden dus meer historische huizen mogen worden gerestaureerd, de grachten nog beter onderhouden, de bruggen liefst in de oorspronkelijke, historische, vorm herbouwd en, iets dat meestal wordt vergeten, de keurtuinen – de smalle, diepe tuinen achter de huizen op vooral Heren- en Keizersgracht – worden in ere hersteld. Ook al zijn de tuinen zelden toegankelijk voor belangstellenden, de aantastingen uit het verleden – volbouwen om meer vierkante meters te maken - zouden ongedaan gemaakt moeten worden. Bij het restaureren van historische huizen moet het streven om de oorspronkelijke vorm te evenaren, een kans krijgen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar een mooi voorbeeld waar dit streven uitstekend is opgepakt – de chroniqueur heeft het zelden zo fraai gezien – is het aanhelen van de voorgevel van Keizersgracht 138 geweest. Opdrachtgever hiertoe was hedendaags ‘bouwheer’ Peter Schoots, zowaar uit Rotterdam en uitgevoerd onder leiding van architectenbureau Dik Smeding. Volgens eigen zeggen kocht Schoots 3,5 jaar geleden dit ‘lelijke eendje van de Keizersgracht’ dat stamt uit ± 1730 en in het bezit is van een halsgevel, waarvan de top – de decoratie wijkt af van het origineel – enigszins is gewijzigd. Wellicht kan bij een volgende restauratie de top in de oorspronkelijke vorm terugkeren? Erger was schade die de sloop in 1919 - de hele onderkant van de voorgevel is er uitgehaald - heeft veroorzaakt en waarbij ook de stoep was weggenomen. Deze verminking is nu gelukkig ongedaan gemaakt en de voorgevel is prachtig aangeheeld, oftewel compleet gemaakt en in originele vorm hersteld. Aan de iets afwijkende kleur van het voegwerk – monumentenzorgers letten op details – is nog te zien tot hoe ver de restauratie van de oude situatie is gegaan. Het behoorlijk grote pand bestaat, zoals gebruikelijk, uit een voor- en achterhuis en herbergt thans vijf appartementen. Volledig aan het oog onttrokken is het bijzondere, laat-8e-eeuwse tuinhuis in Lodewijk XVI-stijl. Dit tuinhuis – er zijn er in de stad circa 150 en in monumentenkringen worden ze ook wel ‘de vijfde gevel’ genoemd – heeft zelfs een keukentje en is in feite een klein huis. Eigenaar Peter Schoots heeft drie jaar moeten wonen in een bouwkeet. Het is de moeite waard geweest, zijn geduld werd beloond en het resultaat is indrukwekkend.

Bijschrift bij de foto: Eén van de meest opmerkelijke restauraties van dit jaar was de reconstructie van de onderkant van de gevel van Keizersgracht 138, het middelste pand. Ook de stoep is herbouwd.