Amsterdam omsingeld 699

Gepubliceerd in Stadsblad de Echo van 11 mei 2016  

‘Geef je ogen goed de kost’, werd bij ons thuis vaak gezegd. Als het om oud-Amsterdam gaat, heeft de chroniqueur van deze werelderfgoedstad het advies aardig ter harte genomen. In al die jaren is de aandacht voor kunstwerken in de openbare ruimte er helaas een beetje bij ingeschoten.
Kunstenares Marte Röling zei eens dat de binnenstad mooi was van zichzelf, daar hoefden niet per se kunstwerken bij. Dat heeft misschien een rol gespeeld. Toch kan het geen kwaad eens wat vaker in de oude stad te gaan kijken wat er op dat gebied nog valt te ontdekken. Met wie kun je dan beter beginnen dan met voormalig stadsbeeldhouwer Hildo Krop (1884-1970)? Aan zijn werk kun je bijna een dagwandeling besteden. Alleen al voor meer dan twintig bruggen heeft de goede man het beeldhouwwerk voor zijn rekening genomen. Wie verder kijkt, herkent zijn hand in gebeeldhouwde ornamenten op gebouwen en een reeks beelden in de stad. Onlangs nog werd ‘Moeder Aarde’ uit 1926, naast de poffertjeskraam in het Weteringplantsoen, vervangen door een brandschone replica. Het origineel was te kwetsbaar geworden en slijt haar verdere dagen noodgedwongen  in een gemeentelijke opslag.
Kunst moest voor Krop zichtbaar zijn en dus hield hij van het werken met  architecten. Zijn karakteristieke werk voor het gewezen Scheepvaarthuis is daar een fraai voorbeeld van. Hij maakte bijna alle 28 portretten van de grondleggers van de scheepvaart. Ook heel typerend zijn de wonderlijke gevelversieringen aan het voormalig stadhuis, nu hotel The Grand op de Oudezijds Voorburgwal. Pal tegenover het sjieke hotel staat een urinoir uit 1926. Bovenop dit rijksmonument staat ‘De Volksredenaar’ van Krop. De gebalde vuist van de arbeider gold als verwijzing naar het naastgelegen stadhuis. Over de voorstelling werd nauwelijks iets gezegd, maar een kunstwerk op een urinoir, was dat niet wat al te kostbaar? Ambtenaren op het stadhuis verslikten zich bijna in hun koffie. Al zijn gebeitel is niet los te zien van zijn ideeën over het geloof in een nieuwe tijd, de socialistische heilsstaat. Zijn werk viel dan ook niet bij iedereen in de smaak. Krops vader was banketbakker en zo sprak schrijver Gerard Reve in zijn prachtige roman ‘Moeder en zoon’ spottend van ‘een koekenbakker van geslachtsloze beelden.’ Beetje kinnesinne misschien, want Krop was wel een heel goeie koekenbakker.

Bijschrift: ‘De Volksredenaar’ van Hildo Krop op het urinoir tegenover hotel The Grand.